|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Te lui
om te lezen
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Bionieuws, 23 november 2002.)
Zo af en
toe gun ik mezelf een literatuurdag. Dan hang ik een bordje op
de deur van mijn werkkamer waarop in het Engels en het Maleis
staat dat ik er niet ben, ik trek de telefoonkabel uit de muur,
negeer de vrolijke piepjes van binnenkomende e-mails en stort
me helemaal op Mijn Literatuursysteem. De drie meter overdrukken
en fotokopieen, plus de honderd megabytes aan pdf-jes die ik in
de loop der jaren verzameld heb vormen een berg kralen waarvan
een eindeloze reeks kettingen te rijgen is. Handig bij het voorbereiden
van een manuscript of het verkennen van een minder begane uithoek
van het vakgebied.
Maar het
vinden van de rust en de tijd om technische literatuur door te
pluizen lijkt een luxe te zijn die slechts weinigen zich nog kunnen
veroorloven. Die indruk krijg je althans wanneer je terecht komt
in de wereld van de internationale natuurbescherming. Vorig jaar
mei: een workshop voor een kleine honderd ecologen, hydrologen,
en geologen in een luxueus resort in oost-Maleisië. Vijfsterrenaccommodatie,
de eerste minister die aanschuift, vogelnestjessoep, alles verzorgd
en betaald door de UNESCO.
Doel van
de workshop: het opstellen van richtlijnen voor het beschermen
van karst, de spectaculaire kalksteenformaties die zo rijk zijn
aan endemische flora en fauna, waaronder de landslakjes en grottenkevers
waar ik me mee bezig houd. Na afloop van de drie dagen was het
doel zonder twijfel bereikt en het staat allemaal duidelijk samengevat
in de proceedings, die onlangs op mijn bureau belandden. Maar
al tijdens de workshop drong zich bij sommige deelnemers de vraag
op of we hier werkelijk een zeventigkoppige workshop voor nodig
hebben. Een paar jaar geleden, bijvoorbeeld, heeft de Wereldbank
een boekje uitgebracht waarin, op basis van een grondige literatuurstudie,
de inhoud van de workshop-proceedings met veel meer diepgang is
terug te vinden. En dat boekje is uitgegeven met een budget dat
een fractie bedroeg van de paar ton die de karst-workshop gekost
moet hebben.
Natuurlijk
is het leuk en gezellig om met je collega's te tafelen en te keuvelen
en nog het idee te hebben dat je iets nuttigs doet ook. Maar ik
kan me niet aan het idee onttrekken dat dit soort bijeenkomsten
geboren wordt uit luiheid: een workshop organiseren is nu eenmaal
veel gemakkelijker dan de beschikbare wetenschappelijke informatie
te rangschikken, filteren en om te vormen tot beleidsvoorstellen.
Of is het een teken dat het geduldig schrijven, en lezen van literatuur
zijn beste tijd gehad heeft? Dat niemand zich vandaag de dag nog
kan permitteren om de deur te barricaderen en een paar dagen lang
over artikelen gebogen te zitten? Omdat we zo gemicromanaged worden
dat we niet rustig kunnen lezen zonder een knagend schuldgevoel
te voelen? Misschien moeten we daar eens een workshop over houden.
|