© Copyright Menno Schilthuizen

Reuzenworm doet kierrrrrrrrrr!

Een Engelse graaf vond onlangs in de jungle van Maleisië een regenworm van 75 centimeter. Waarschijnlijk betreft het een verwant van de Sondarie-worm, die meer dan een eeuw geleden door een Nederlander op Java werd ontdekt.

MENNO SCHILTHUIZEN

(Oorspronkelijk verschenen in BIOnieuws)

Achteraf lijkt het zo toepasselijk: als lang beest ontdekt te worden door iemand met een lange naam. Dat overkwam, op 22 oktober 1994, een exemplaar van een 75 cm lange regenworm in de Maleisische jungle. Het dier kroop nietsvermoedend rond op de top van de berg Gunung Lawit, toen hij het pad kruiste van the Right Honourable the Earl of Cranbrook, Gathorne Gathorne-Hardy, MA, PhD, FLS, FZS, FRGS, FIBiol, MBOU.

De Britse graaf, voormalig zoölogiedocent aan de University Malaya, en nu voorzitter van de Britse natuurbeschermingsorganisatie English Nature, beschrijft zijn opzienbarende vondst in het laatste nummer van Malayan Naturalist. De begeleidende foto bij het artikel toont een slangachtig. vingerdik dier op de bosbodem, glanzend blauwgrijs van kleur.

'Zo'n opvallend dier moet aan de hand van een kleurenfoto makkelijk te determineren zijn,' moet de graaf gedacht hebben, toen hij besloot een plaatje van hem te schieten en de worm vervolgens weer vrij te laten. Maar dat viel tegen. Alexander Muir, een ringwormenspecialist van het Natural History Museum in Londen, liet de graaf desgevraagd weten dat 'het onmogelijk is een regenworm op basis van zo'n foto te identificeren. Zelfs bij Britse exemplaren is het nodig de uitwendige kenmerken nauwkeurig te bestuderen, en in zulke slecht onderzochte gebieden als Zuidoost-Azië is dissectie van de worm zelfs onontbeerlijk.'

Toch vonden Muir en de graaf na wat literatuuronderzoek een geschikte kandidaat: Metaphire musica, een soort uit Java. De eerste vondst van deze worm werd in 1882 gemeld in het Natuurkundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indië. In het artikel 'Bijdrage tot de kennis van den Sondarie-worm' vertelt A.G. Vorderman uit Batavia het volgende over de 'tjatjing sondarie': 'Deze worm wordt in de hoogere bergwouden dier residentie aangetroffen en heeft behalve zijn buitengewone grootte de eigenaardigheid een geluid voort te brengen, dat zeer kenmerkend is [...] Des nachts doen de wormen nu en dan een kort afgebroken schril geluid hooren, dat ik het best kan vergelijken met het afloopen van den wekker eener kleine klok en nagebootst kan worden door in een hoogen toon: "kierrrrrrrrr" uit te spreken.'

Jeneverkist
Vorderman, die een paar wormen levend in een jeneverkist hield, vermoedde dat het geluid werd opgewekt in een knobbel in het voorste deel van het lichaam. Toen hij één van zijn kostgangers ontleedde, vond hij op die plaats inderdaad een 'vatvormig bijna cylindrisch orgaan, dat kraakbeenig op het aanvoelen is en als aanzwelling van den slokdarm een krop vormt.'

De wormen die Vorderman in zijn jeneverkist had, waren volgens zijn opgave 50 cm lang. Het exemplaar van de Gunung Lawit zou dus een recordlengte hebben, ware het niet dat er altijd baas boven baas is. In Brazilië, zo laat Muir desgevraagd per fax weten, leeft Glossoscolex giganteus, die een lengte van 1,20 meter bereikt, terwijl Australië kan bogen op de worm der wormen, Megascolex australis, die 1,40 meter lang wordt. Deze laatste wordt trouwens zeldzamer, omdat hij vlak onder de oppervlakte van grasland leeft en steeds vaker aanvaringen heeft met modern ploeggereedschap. (Het verhaal dat een doorgesneden worm een nieuwe kop of staart kan laten aangroeien, blijkt maar ten dele waar.)

Maar dit alles verbleekt bij een Zuidafrikaans krantebericht van enkele decennia geleden. Daarin werd de ontdekking gemeld van een regenworm van zeven meter lang en 75 mm dik. Maar die claim is door deskundigen nooit helemaal serieus genomen. En dat had vermoedelijk niets met een boycot te maken.

 

   
Copyright©2004 Schilthuizen.org