| |
© Copyright
Menno Schilthuizen
Wormen
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in de rubriek "Werk in Uitvoering in Mare, 16
februari 1995.)
'Mensen,
houdt die wurm goed onder water, anders droogt uw preparaat uit
en dan kunt u het weggooien', schalt de stem van Gerrit Anker
door de luidsprekers. In hun propedeusezaal hebben 75 eerstejaars
biologen zich verzameld voor 'Zoölogie Evertebraten', volgens
practicumleider dr. Rinny Kooi een practicum waar de studenten
de bouw en ontwikkeling van de belangrijkste soorten ongewervelde
dieren leren kennen.
Voor vandaag
staat de inwendige bouw van de zeepier Arenicola op het
programma. Vijfenzeventig wormenkadavertjes liggen in piepschuimen
bakjes, opengemaakt en meer of minder netjes uitgespreid met spelden.
'Godzijdank', zucht Anker opgelucht, 'dit jaar nauwelijks verkeerd
openknipte beesten. Er staat toch duidelijk in de handleiding:
knip het dier tussen de notopodiën overlangs door, maar altijd
heb je figuren die tussen de neuropodiën knippen. Dit jaar
was het er gelukkig maar één'.
Een zeepier
zit ingewikkeld in elkaar, al zou je dat op het eerste gezicht
niet zeggen. In de syllabus staan zeker vijftig namen van organen,
spieren, aders en zenuwen, die de studenten allemaal in hun wormpje
moeten terugvinden. De assistenten lopen dan ook af en aan. De
grootste problemen liggen bij het begrijpen van het bloedvatstelsel.
Het dier zit vol met kleinere en grotere aders, waaruit de studenten
de bloedsomloop moeten afleiden. De adertjes zijn fragiel, en
af en toe klinkt er een verwensing wanneer iemand uitschiet met
zijn prepareernaald. Ook het vinden van de geslachtsorganen vormt
een struikelblok. De pieren zijn namelijk niet bepaald groot geschapen,
en regelmatig moet Anker te hulp komen.
'Kijk', legt
hij een student uit, 'daar op de rand van dat koffiefilterzakje
zitten wat bobbeltjes. Dat zijn de ovarieën of testes. Het
geslacht van je worm kun je feitelijk alleen maar bepalen als
je er yoghurt of griesmeel in vindt: dat is dan sperma of eitjes.'
Hebben de
studenten eenmaal door hoe de zeepier in elkaar steekt, dan moet
er, om de opgedane kennis vast te leggen, een tekening gemaakt
worden. Dat gaat niet iedereen even gemakkelijk af en daarom is
speciale artistieke hulp aanwezig. Peter Hock, tekenaar bij de
afdeling biologie, geeft advies waar nodig. 'Ja,dit is een moeilijke
tekening', geeft hij toe. 'Er is zoveel te zien in zo'n beest,
dat mensen zich al gauw verliezen in details, en als je dan de
tijd niet in de gaten houdt, krijg je je tekening niet af. Aan
de andere kant is het ook altijd link om mensen te adviseren schematisch
te tekenen. Als je dat doet, kan je zulke rommel terugkrijgen...
Gelukkig zijn er ook ieder jaar een paar bij, die het gewoon kunnen;
die zonder enige hulp perfecte werkstukken afleveren'.
De studenten
hebben weinig problemen met hun eerste ontmoeting met de binnenkant
van een pier. 'Wel leuk', vindt eerstejaars Monique Scholtes,
'je leert er meer van dan uit boeken, want die zijn niet altijd
even duidelijk.' Ook haar buurman Erik Kop vindt het een interessant
practicum. 'Het is verbazingwekkend wat je nog allemaal ziet in
zo'n worm. Maar ik ben wel blij dat we niet in mensen hoeven te
snijden. Daar zou ik niet zo best tegen kunnen.' 'Dat vind ik
nou juist wel leuk', werpt Monique tegen, die zich wil specialiseren
in medische biologie en het ontleden van een worm eigenlijk maar
kinderspel vindt. 'Maar', zo zegt ze, 'het is wel een feest om
aan mijn vriendinnen te vertellen. Als ik dan zeg, ik heb vandaag
een worm doormidden geknipt, dan komen ze echt niet meer bij!'
Ter verduidelijking voegt ze toe: 'Die studeren allemaal Rechten'.
|