|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Kanaaltunnel
snijdt de ijstijd aan
De aanleg
van de Kanaaltunnel heeft een paleontologische schat opgeleverd.
In de natte Engelse bodem bleek een natuurlijk archief van de
laatste dertienduizend jaar te zitten, dat een uniek beeld van
het klimaat sinds de laatste ijstijd geeft.
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Intermediair, 14 juli 1995.)
'Het geeft
mij een ontzettende kick als ik aan de hand van duizenden jaren
oude mijten iets kan zeggen over het landschap in die tijd.' Bioloog
Jaap Schelvis is acaroloog (mijtendeskundige) en runt een onderzoeksbureautje
dat gevestigd is aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij houdt
zich vooral bezig met het onderzoek van mijten uit archeologische
vindplaatsen. In 1993 werd Schelvis benaderd door onderzoekers
uit Cambridge die bezig waren met een opmerkelijk project. Bij
de post zaten vier zakken materiaal van ijstijdafzettingen uit
Holywell Coombe, aan de Engelse ingang van de Kanaaltunnel.
Holywell
Coombe was ooit een rustig valleitje bij Folkestone. In de jaren
zestig, toen voor de zoveelste keer plannen werden gemaakt voor
een tunnel onder het Kanaal, werd er een aantal proefsleuven gegraven.
De tunnel kwam er (toen) niet, maar de sleuven bleven bestaan
en trokken de aandacht van Richard Preece, een paleontoloog van
de Universiteit van Cambridge. 'Het viel ons op dat er prachtig
biologisch materiaal te vinden was op die plek. Allerlei resten
van planten en landslakken, vele duizenden jaren oud, zagen er
nog als nieuw uit. Dat kwam doordat de bodem kletsnat was: een
soort reusachtige weckfles.'
De in 1987
herrezen tunnelplannen dreigden een einde te maken aan de unieke
vindplaats bij Holywell Coombe, maar Preece wist er in allerijl
voor te zorgen dat het terrein de
status kreeg van SSSI: Site of Special Scientific Interest. Het
gevolg was dat Eurotunnel, het Frans-Engelse consortium dat de
tunnel ging bouwen, de vallei zoveel mogelijk moest ontzien. Het
tracé van de tunnel werd zodanig verlegd dat een deel van
het terrein gespaard bleef, en bovendien (Preece: 'as they are
keen to point out') was Eurotunnel bereid een grote paleontologische
reddingsactie te financieren: één miljoen pond om
vóór de bulldozers uit de afzettingen in kaart te
brengen.
Zak vol
modder
Het geld is inmiddels op, maar de verzamelde gegevens zijn van
onschatbare waarde. De afzettingen leverden resten op van hoefdieren,
kevers, mijten, slakken, kreeftjes, planten, en ga zo maar door.
In totaal bestudeerden zo'n twintig onderzoekers het verzamelde
materiaal. En een van hen was Jaap Schelvis.
Schelvis
sleept een plastic zak vol modder onder een tafel vandaan. 'Het
leuke is dat we precies weten wanneer de verschillende afzettingen
zijn gevormd. In de bodem zaten namelijk boomstammetjes, die zich
goed lenen voor koolstof-14 datering. Dit materiaal bijvoorbeeld
is gedateerd op 12.150 jaar. Hierin zitten zo'n zeshonderd mijten
per kilo bodem.' Schelvis kon de diertjes determineren en door
te kijken in welke biotoop de gevonden soorten vandaag de dag
voorkomen, het toenmalige landschap reconstrueren.
De afzettingen
beslaan de periode van 13.000 jaar geleden tot nu. De oudste drieduizend
jaar vallen in de laatste fase van de ijstijd. Het klimaat warmde
toen snel, maar niet gelijkmatig op. De horten en stoten waarmee
het opwarmen gepaard ging, zijn goed te zien. In de onderste sedimenten
vonden de onderzoekers aanwijzingen voor een relatief zacht klimaat.
Stuifmeelonderzoek bewees de aanwezigheid van een moerasbos met
berken en wilgen. Maar kort daarna, rond 12.100 jaar geleden,
volgde een verslechtering: kevers uit noordelijke streken doen
hun intrede. Na een stabiele periode van vijfhonderd jaar werd
het nog ijziger. Preece vond Columella columella, een landslakje
dat tegenwoordig voorkomt in Noorwegen en hoog in de Alpen. Ook
groeiden er arctische planten als dwergberk en dryas.
Romeinen
Pas tienduizend jaar geleden ruimde het barre klimaat definitief
het veld. Hazelnoten en resten van zwijn en ree duiden op het
ontstaan van loofbos. Vijfduizend jaar later maakte het bos abrupt
plaats voor grasland. Tegelijkertijd verschijnen vuurstenen werktuigen,
aardewerk en andere sporen van de steentijdmens. Preece: 'Je ziet
dan ook dieren verschijnen die door de mens zijn geïntroduceerd.
In de bovenste lagen bijvoorbeeld, zitten huisjes van de Segrijnslak.
Van deze soort is bekend dat ze door de slakkenetende Romeinen
Engeland is binnengebracht.'
De deelnemers
leggen op dit moment de laatste hand aan een monografie, waarin
alle resultaten worden geïntegreerd. Van Holywell Coombe
zèlf is maar weinig overgebleven. In een hoek van het terrein
liggen nog wat onaangeroerde afzettingen, de rest is waardeloos:
weggeruimd en weer gestort, bovenop de gloednieuwe tunnel.
|