|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Zijn Eva
en Homo erectus één en dezelfde?
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Intermediair, 17 november 1995.)
Aanhangers
van de 'Eva-Hypothese' zeggen dat de moderne mens zo'n tweehonderdduizend
jaar geleden is geëvolueerd in Afrika en van daaruit de hele
wereld heeft bevolkt, waarbij de oudere Homo erectus verdrongen
werd en uitstierf. Andere wetenschappers denken dat erectus, die
een miljoen jaar geleden Afrika verliet en Azië en Europa
koloniseerde, zich op meerdere plaatsen tegelijk tot Homo sapiens
ontwikkelde (het zogenoemde 'multiregionale model'). Een Amerikaanse
bioloog claimt nu dat deze laatste theorie wordt gesteund door
gegevens die juist door de Eva-aanhangers altijd werden gebruikt.
Volgens hem zijn die gegevens steeds verkeerd geïnterpreteerd.
De Eva-hypothese
is gebaseerd op het DNA van hedendaagse mensen. Uit de verschillen
hierin kan berekend worden wanneer onze gemeenschappelijke voorouder
leefde, want hoe langer geleden, hoe meer verschillen zich hebben
kunnen ophopen. Alle onderzoekers die zulke berekeningen hebben
uitgevoerd, kwamen uit op een ouderdom van tussen de honderdvijftig-
en driehonderdduizend jaar. De meeste paleo-antropologen beschouwen
dit dan ook als een betrouwbare datum voor het ontstaan van Homo
sapiens. De veel oudere Homo erectus moet dus zijn verdwenen zonder
een spoor in onze genen achter te laten.
Maar Christopher
Wills, een geneticus van de universiteit van Californië in
San Diego, is daar niet zo zeker van. In het laatste nummer van
het Amerikaanse tijdschrift Evolution publiceert hij zijn eigen
analyse van de DNA-gegevens. Hij komt uit op een veel hogere
ouderdom. Volgens zijn studie zou 'Eva' tussen de vierhonderd-
en achthonderdduizend jaar geleden hebben geleefd. Hoe kan het
dat hij zo'n afwijkende ouderdom vindt, terwijl hij toch dezelfde
gegevens gebruikt als zijn voorgangers? Volgens Wills heeft het
allemaal te maken met de zogenoemde 'transitie-transversie-verhouding'.
De bouwstenen
van DNA bestaan uit purines (A en G) en pyrimidines (C en T).
Mutaties in het DNA zijn te verdelen in transities (de ene purine
verandert in de andere, of de ene pyrimidine verandert in de andere)
en transversies (een purine verandert in een pyrimidine of vice
versa). Wills onderzocht de DNA-gegevens op het voorkomen van
beide soorten mutaties. Hij vond dat transities het meest voorkwamen.
Op het merendeel van het DNA waren transities vier keer zo waarschijnlijk
als transversies, op een aantal andere plaatsen zelfs 160 keer.
Omdat transities
zo vaak voorkomen, zit het DNA vol met 'terugmutaties', waarbij
bijvoorbeeld een C is veranderd in een T, die later in de evolutie
weer is teruggemuteerd naar een C. Hierdoor zullen veel mutaties
over het hoofd gezien worden. De totale hoeveelheid mutaties,
en dus ook de ouderdom van Eva, wordt zo onderschat. Wills corrigeerde
voor deze fout en kwam zo op zijn veel oudere datering.
Het lijkt
misschien een kleinigheid, maar als Wills' berekeningen juist
zijn, heeft Eva's herziene geboortedatum vèrstrekkende
gevolgen voor de paleo-antropologie. Die datum zit namelijk griezelig
dicht bij het tijdstip waarop Homo erectus uitwaaierde over de
Oude Wereld. Misschien dat de Eva-hypothese en het multiregionale
model zo alsnog met elkaar kunnen worden verzoend.
|