|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Verwijfde
karpers door plastic-ingrediënt
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Intermediair, 5 mei 1996.)
In de jaren
zeventig ontdekte de ornitholoog Michael Fry van de Universiteit
van Californië in Davis iets merkwaardigs bij de zeemeeuwen
voor de kust van Zuid-Californië. Mannetjesmeeuwen leken
nauwelijks meer geïnteresseerd in voortplanting en zwierven
doelloos op zee. Hun vrouwelijke soortgenoten in de broedkolonies
kregen daardoor een tekort aan partners en gingen, in plaats van
zelf families te stichten, voor de jongen van andere meeuwen zorgen.
Fry wist aan te tonen dat het toen nog veelvuldig gebruikte DDT
de schuldige was. DDT werkt als een geslachtshormoon op de mannelijke
meeuwen en dat verstoort hun seksuele gedrag.
In 1980 werden
in Lake Apopka, een meer in Florida, mannelijke alligators met
mini-penisjes gevonden nadat een grote hoeveelheid bestrijdingsmiddelen,
voornamelijk DDT, in het water terecht was gekomen.
Ook toen
het gebruik van DDT afnam, bleven regelmatig dieren opduiken met
een merkwaardige seksuele ontwikkeling. Zo sloegen hengelaars
in Engeland tegen het eind van de jaren tachtig steeds vaker vissen
aan de haak waarvan het geslacht niet vast te
stellen was. Onderzoekers vermoeden nu dat niet alleen DDT, maar
ook een groot aantal andere stoffen kan werken als een 'pseudo-hormoon'.
En ze hoeven helemaal niet in hoge concentraties aanwezig te zijn,
zo blijkt uit onderzoek van Hans Komen, bioloog van de Wageningse
vakgroep Visteelt en Visserij, samen met drie collega's van TNO
Voeding in Delft. Zij publiceerden twee weken geleden in Nature
over hun onderzoek.
'In oppervlaktewater
kun je tegenwoordig wel duizend verschillende chemicaliën
aantreffen', zegt Komen. 'En de laatste jaren komen er steeds
meer berichten over de nadelige hormonale werking daarvan, niet
alleen bij dieren, maar ook bij mensen. Volgens kwade tongen zouden
toegenomen borst- en prostaatkanker en afgenomen spermakwaliteit
hier ook het gevolg van zijn.'
Borstkanker
In zijn onderzoek nam Komen de alkylfenolen bij de kop, chemische
stoffen die onder andere worden gebruikt in schoonmaakmiddelen
en als weekmakers in plastics. Van alkylfenolen werd bij toeval
ontdekt dat ze oestrogenen kunnen nabootsen. In 1991 deed Ana
Soto van Tufts University in Boston onderzoek aan borstkanker.
Ze had kweken van borstkankercellen in buisjes die ze behandelde
met oestrogenen, waardoor deze zich gingen vermenigvuldigen. Daarnaast
had ze, als controle, celkweken die geen speciale behandeling
ondergingen. Tot haar verbazing begonnen ook die zich te delen.
Soto ontdekte dat het plastic van haar kweekflessen gecoat was
met een alkylfenol, dat zich gedroeg als een 'pseudo-oestrogeen'.
Komen en
zijn collega's onderzochten hoe jonge karpers reageren op zulke
stoffen. Eerst produceerden de onderzoekers grote hoeveelheden
uitsluitend mannelijke jonge visjes. Die stelden ze vervolgens
bloot aan verschillende concentraties van een bekend alkylfenol.
Daarnaast deden ze twee controleproeven waarbij de vissen werden
behandeld met een echt oestrogeen of met schoon water.
De resultaten
zijn opmerkelijk. De visjes die in schoon water hadden rondgezwommen
werden gewone mannetjes, maar zowel de alkylfenol als de oestrogeenbehandeling
leverde 'verwijfde' vissen op. Komen: 'Ze hadden bijna allemaal
een eileider gekregen. Hun testes waren onderontwikkeld en sommige
waren zelfs eicellen gaan aanmaken. En dat alles bij alkylfenolconcentraties
die niet hoger zijn dan wat je in het meeste afvalwater aantreft.'
Volgermeerpolder
Komen denkt dat de karperproef een goede manier zou zijn om de
kwaliteit van afvalwater continu in de gaten te houden. 'Het is
een erg mooie test. Je hebt geen ingewikkelde technieken nodig
om een transseksueel mannetje te herkennen: je snijdt het visje
open en je ziet de eileider zó zitten. Bovendien zijn onze
karpers heel makkelijk te houden, ook in natuurlijke situaties.
We hebben net de eerste resultaten binnen van veldproeven in de
Volgermeerpolder, waar de gemeente Amsterdam de effecten van PCB's
wil bekijken. En die kooien met jonge mannetjes overleven prima.
Het is eigenlijk vreemd dat niemand dit soort proeven eerder heeft
gedaan.'
Toch bestaat
de kans dat het allemaal als mosterd na de maaltijd komt, denkt
Komen. 'Iemand zei me laatst: je had dit soort werk eigenlijk
in de jaren zeventig moeten doen. Toen was ons water pas echt
smerig. Tegenwoordig is het zoveel schoner. Het kan best zijn
dat vandaag de dag, nu er zoveel ophef over is, het kwaad allang
is geschied.'
|