|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Een parasiet
knoeit met uw psyche
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Intermediair, 4 september 1997.)
Toxoplasma
gondii is de moeilijke naam voor een onooglijk eencellig diertje--niet
de moeite waard om uw toch al overvolle hersenen mee te belasten,
lijkt het. Maar dat is een vergissing. Want er is een grote kans
dat het beestje zich, terwijl u dit leest, al lang en breed in
uw hersenen bevindt.
Deze verwant
van de malariaparasiet is namelijk een veel voorkomende gast in
ons lichaam. In westerse landen is zo'n één op de
drie mensen met Toxoplasma geïnfecteerd. We krijgen
het beestje binnen via besmet vlees of vis, waarna het zich nestelt
in onze hersenen en spieren en daar jarenlang een sluimerend bestaan
kan leiden, zonder ziekteverschijnselen te veroorzaken.
Mensen zijn
een doodlopende weg voor Toxoplasma. De manier waarop de
parasiet zich meestal verspreidt is wanneer een besmet dier wordt
opgegeten door een ander dier, een levenseinde dat ons mensen
tegenwoordig grotendeels bespaard blijft. Maar in het wild is
dat anders. Veel muizen bijvoorbeeld zijn dragers van Toxoplasma;
worden ze opgegeten door een kat, dan raakt ook die besmet.
Nu is al
langer bekend dat geïnfecteerde muizen zich merkwaardig gaan
gedragen. Ze worden actiever en minder voorzichtig. Daardoor vallen
ze meer op en worden eerder door katten gevangen dan niet-geïnfecteerde
muizen.
Voor Toxoplasma
is dit uiteraard prettig. Sterker nog: veel onderzoekers vermoeden
dat de evolutie ervoor heeft gezorgd dat de parasiet deze gedragsverandering
zélf veroorzaakt. Zo ook Jaroslav Flegr, een parasitoloog
van de Charles Universiteit in Praag.
Minder
opstandig
Flegr, die zijn onderzoek vorige week presenteerde op het Europees
Congres voor Evolutiebiologie in Arnhem, trekt dit idee nog iets
verder door. 'Toxoplasma weet niet in wat voor gastheer
hij zich bevindt. Dus kun je verwachten dat hij ook het gedrag
van zijn menselijke slachtoffers op een of andere manier probeert
te manipuleren.'
Om dat te
onderzoeken deed Flegr een zogenoemde Cattell's persoonlijkheidstest
bij vijfhonderd studenten. Vervolgens werd gekeken of ze met Toxoplasma
waren geïnfecteerd of niet. Flegr: 'We zagen opvallende persoonlijkheidsverschillen
tussen mensen met en zonder de parasiet, en ook tussen mannen
en vrouwen. De geïnfecteerde vrouwen waren warmer en vriendelijker,
terwijl de geïnfecteerde mannen minder opstandig waren dan
mannen zonder Toxoplasma.'
Maar wat
was oorzaak en wat gevolg? Het zou net zo goed kunnen zijn dat
mensen met die persoonlijkheden meer kans hebben de infectie op
te lopen. Om dat te onderzoeken deed Flegr studies aan duizend
patiënten die ooit acute toxoplasmosis hadden gehad (zeldzame
gevallen waarbij de parasiet wél een ziekte veroorzaakt),
zodat bekend was hoe lang ze de parasiet al minstens bij zich
droegen.
Daarnaast
bepaalde hij bij ruim tweehonderd geïnfecteerde mensen de
hoeveelheid antilichamen tegen Toxoplasma. Omdat die hoeveelheid
afneemt naarmate de infectie ouder is, geeft ook dat een indruk
van de tijd die verstreken was sinds de infectie.
In beide gevallen vond Flegr dat de persoonlijkheidsverschuiving
sterker was naarmate de infectie langer geleden had plaatsgevonden.
Flegr: 'Dit duidt er op, dat de verschuiving zich heeft ontwikkeld
nádat de proefpersonen de besmetting hadden opgelopen.
Dus het lijkt er inderdaad op dat het een poging van Toxoplasma
is om zijn gastheer te manipuleren.'
Veel van
zijn collega-biologen vonden Flegrs uitkomsten reuze interessant,
maar zouden het experiment graag eens door anderen bevestigd zien
voordat ze het geloven. En psychologen zullen waarschijnlijk nog
sceptischer zijn, want de gedachte dat een microorganisme de persoonlijkheid
beïnvloedt, is een flinke knuppel in hun hoenderhok--en een
tamelijk opstandige houding voor een man die naar eigen zeggen
Toxoplasma-positief is.
|