|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Immuunsysteem
is een oude uitvinding
Ons afweersysteem
is zo ingewikkeld dat het wel laat in de evolutie ontstaan moet
zijn. Dacht men. Maar Wageningse celbiologen hebben ontdekt dat
een van de belangrijkste onderdelen al minstens 400 miljoen jaar
oud is.
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Intermediair.)
Wie de komende
winter met een griepje op bed ligt, zou eigenlijk eens een immunologieboek
moeten inkijken. Niet omdat dat nu zulke geschikte kost is bij
een ijlkoorts, maar gewoon om een beetje te bevatten met wat voor
wapenarsenaal ons lichaam een virus te lijf gaat.
Hoewel, bevatten...
Dergelijke boeken staan meestal vol complexe schema's met pijlen
en termen als B-cellen, T-cellen, macrofagen en antilichamen.
Een van de meest intrigerende onderdelen is het major histocompatibility
complex (MHC), een reeks genen die eiwitten produceren die een
centrale rol spelen in ons immuunapparaat.
Die eiwitten
zitten aan de buitenkant van cellen en doen niets anders dan de
inhoud van die cel als een soort marktkooplieden presenteren aan
de buitenwereld. Cellen hebben daar een handig trucje voor: de
MHCeiwitten zitten aanvankelijk aan de binnenwand van blaasjes
vol celvocht. Deze blaasje versmelten met de buitenkant van de
cel, waarna de MHC-eiwitten met hun 'koopwaar' naar buiten toe
omklappen.
Regelmatig
worden de kraampjes van de MHC-eiwitten bezocht door een soort
Keuringsdienst van Waren: witte bloedcellen. Die controleren wat
voor moleculen de MHC-eiwitten uit de cel hebben opgediept. Als
het goed is zijn dat allemaal lichaamseigen stoffen. Is dat niet
het geval, en dragen de MHC-eiwitten ook moleculen die niet in
het lichaam thuishoren, dan gaan de witte bloedcellen er van uit
dat de betreffende cel is geïnfecteerd door een mogelijke
ziekteverwekker en wordt actie ondernomen.
'We hebben
lange tijd gedacht dat alleen hogere gewervelde dieren zo'n verfijnd
immuunsysteem bezaten', zegt Geert Wiegertjes, universitair docent
aan de Wageningse vakgroep Experimentele Diermorfologie en Celbiologie.
'Men ging er vaak van uit dat amfibieën en vissen het met
een veel simpeler systeem moesten doen. Totdat duidelijk werd
dat huidtransplantaties ook bij vissen worden afgestoten. Blijkbaar
konden de dieren toch vreemde cellen herkennen, wat duidt op een
MHC. Bovendien konden we allerlei verschillende typen witte bloedcellen
onderscheiden, wat ook kenmerkend is voor een hoog ontwikkeld
afweersysteem.'
De Wageningse
onderzoekers besloten op zoek te gaan naar MHC-genen bij lagere
dieren, om te beginnen karpers. Er werd een assistent in opleiding
aangesteld, Saskia van Erp, die het karwei moest gaan klaren.
Maar nog vóór zij goed en wel begonnen was, kwam
er midden in de nacht een telefoontje. Van Erp: 'Het was een ex-collega
van ons, die belde vanaf een congres in Zweden. Hij zei: ik zit
hier naast een Japanner die beweert dat hij MHC-genen van karpers
heeft geïsoleerd.'
En het was
nog waar ook. Een half jaar later werden de DNA-volgordes gepubliceerd
in de Proceedings of the National Academy of Sciences USA. Van
Erp: 'Het was natuurlijk rottig dat we niet de eersten waren.
Maar toen ik eenmaal bezig was bleek al snel dat die "Japanse"
genen helemaal geen MHC-genen waren. Ze leken er wel op, maar
er werden geen eiwitten van gemaakt. We denken nu dat het genen
zijn die in een ver verleden wel een MHC-functie hebben gehad,
maar die sindsdien zijn kwijtgeraakt.'
Niets
primitiefs
Van Erp, die onlangs promoveerde, lukte het wel om een goed beeld
te krijgen van de MHC-genen van de karper. 'We verwachtten een
soort vroege voorloper van het verfijnde systeem dat bijvoorbeeld
mensen hebben. Maar tot onze verrassing vonden we iets dat net
zo ingewikkeld is.'
Karpers bleken,
net als hogere gewervelde dieren, een onderverdeling in MHC-genen
te hebben in twee klassen. De eiwitten die door de klasse-I-genen
worden geproduceerd zitten op alle cellen, en worden onder meer
gebruikt om virussen op te sporen. Klasse-II-eiwitten zijn alleen
te vinden op witte bloedcellen, en zijn vooral geschikt voor het
aanpakken van grotere ziekteverwekkers, zoals bacteriën.
Een witte bloedcel die zo'n microbe heeft opgegeten, adverteert
dit via zijn MHC-II eiwitten, waarna het lichaam begint met de
aanmaak van een grote hoeveelheid witte bloedcellen, specifiek
voor het opruimen van die bepaalde bacterie.
Van Erp:
'En dat betekent dat de gemeenschappelijke voorouder van vissen
en zoogdieren, die zo'n 400 miljoen jaar geleden leefde, ook al
zo'n verfijnd afweersysteem gehad moet hebben. Er is dus niets
primitiefs aan.'
|