|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Eindeloos
wachten op de prik tegen aids
De aids-epidemie
blijft om zich heen grijpen. Een vaccin zou uitkomst bieden, maar
na vijftien jaar onderzoek is dat er nog steeds niet. Waarom duurt
het toch zo lang?
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Intermediair, 2 oktober 1997.)
Belofte maakt
schuld. Tijdens een openbare toespraak deed de Amerikaanse president
Bill Clinton dit voorjaar een opmerkelijke toezegging. 'Binnen
tien jaar moeten we een vaccin tegen aids hebben', zei hij, en
hij vergeleek zichzelf met zijn voorganger Kennedy, die met net
zo'n deadline binnen recordtijd mensen op de maan had weten te
krijgen. 'Een nieuw doel in het tijdperk van de biologie', noemde
Clinton het, 'de eerste grote triomf van de eenentwintigste eeuw!'
Clintons
topwetenschappers voelden zich een stuk minder heroïsch.
Ze hadden het allemaal al eens eerder gehoord. In 1984, de prehistorie
van het aids-onderzoek, hadden ze nog monter verklaard binnen
drie jaar een vaccin gereed te hebben. Maar naarmate de tijd vorderde
en de resultaten uitbleven, werden de gezichten langer en de dag
van de verlossing werd steeds verder in de toekomst geprojecteerd.
Het dieptepunt
kwam drie jaar geleden, toen de Amerikaanse overheid uiteindelijk
besloot een aantal geplande grootschalige 'veldproeven' met experimentele
vaccins geen doorgang te laten vinden, vanwege de hoge kosten
en de verwachte negatieve resultaten.
Bovendien
is het hele vaccinonderzoek de laatste jaren een beetje op de
achtergrond geraakt door de onverwacht rasse schreden waarmee
het geneesmiddelenveld voortgang boekte. Met geavanceerde cocktails
van virusremmende medicijnen kan de levensverwachting van een
met hiv geinfecteerde patiënt inmiddels behoorlijk opgerekt
worden. Zolang het virus niet resistent wordt tegen dit geweld,
lijkt het erop dat je met aids oud kunt worden--mits je bereid
bent je neer te leggen bij een zware, nauwgezette en levenslange
kuur van dure medicijnen.
En in dat
laatste zit hem de kneep. Negentig procent van de naar schatting
25 miljoen mensen die op dit moment met hiv besmet zijn, woont
in arme landen en zal de medicijnen nooit kunnen betalen. Want
een beetje aids-kuur kost al gauw dertigduizend gulden per jaar.
Mede daardoor zullen medicijnen de verspreiding van de ziekte
nooit een halt kunnen toeroepen. 'Het is prachtig, die vooruitgang',
zegt viroloog Jaap Goudsmit van het Academisch Medisch Centrum
in Amsterdam, 'maar vooral voor het Westen. Het effect op het
verloop van de epidemie is nul. Daarom moet dat vaccin er komen,
hoe dan ook.'
En dat verloop
is dramatisch. Dagelijks komen er bijna tienduizend nieuwe aids-infecties
bij. In Afrika richt het virus een slachting aan. Aids-experts
kijken met angst en beven naar landen waar de epidemie net begint.
In sommige delen van Thailand bijvoorbeeld, waarin 1988 nog maar
enkele gevallen van aids bestonden, is het infectieniveau nu tien
procent. In China zijn op dit moment naar schatting al een miljoen
mensen geïnfecteerd. Ook in India, Zuid-Afrika en Oost-Europese
landen klimmen de grafieken schrikbarend. Een vaccin zou miljoenen
levens kunnen redden en een nauwelijks te becijferen economische
schade voorkomen.
Te weinig
bekend over aids
Waarom gaat het dan toch zo langzaam? John Moore, onderzoeker
bij het toonaangevende Aaron Diamond Aids Research Center in New
York, is er erg eerlijk over: 'We weten te weinig over hiv, we
weten te weinig over hoe ons immuunsysteem werkt en we weten te
weinig over de interactie tussen die twee.'
Toch telt
de lijst met mogelijke vaccins inmiddels al zo'n dertig typen,
variërend van producten waarmee al flink wordt geëxperimenteerd
tot wilde plannen waar niemand zich aan durft te wagen. Allemaal
gaan ze uit van het principe dat het immuunsysteem vóór
de infectie al kennismaakt met de ziekteverwekker en afweerstoffen
begint te produceren. Als het virus later probeert het lichaam
binnen te dringen, binden deze antilichamen zich onmiddellijk
aan het virus en doden het.
Een veelgebruikte
strategie is om het afweersysteem voor te bereiden op een enkel
manteleiwit, een eiwit dat aan de buitenkant van het virus zit.
Het vaccin tegen hepatitis B, dat een paar jaar geleden op de
markt werd gebracht, werkt bijvoorbeeld zo. Ook voor hiv zijn
zulke vaccins ontwikkeld, meestal gebaseerd op het manteleiwit
gp120. Vijf jaar geleden, toen gp120-vaccins voor het eerst werden
getest, leken ze veelbelovend. Mensen en apen die ermee waren
ingeënt produceerden antilichamen waarmee laboratoriumstammen
van hiv gedood konden worden.
Maar het
enthousiasme werd getemperd toen een jaar later bleek dat hetzelfde
niet gold voor hiv-stammen die direct uit hiv-geïnfecteerden
kwamen. En twee jaar geleden werd bekend dat verschillende vrijwilligers,
door de bedrijven Biocine en Genentech ingeënt met hun gp120-vaccins
om de veiligheid ervan te testen, sindsdien toch met hiv geïnfecteerd
raakten.
John Moore
is dan ook niet onder de indruk van dit type vaccins. Jaren geleden
al schreef hij samen met Roy Anderson van de Universiteit van
Oxford een opiniestuk in Nature waarin hij bezwaar uitte tegen
de grote, zogenoemde 'fase-III-proeven'--experimenten om de werkzaamheid
te testen - die met gp120 zijn gepland.
En sindsdien
is hij alleen maar gesterkt in zijn mening: 'Al die gp120-vaccins
zijn waardeloos', moppert hij door de telefoon. 'Ze kunnen wat
mij betreft de prullenbak in en ik vind niet dat ze er fase-III-experimenten
mee moeten doen. Het is zonde van de moeite en het geld. Maar
ze zullen hun plannen toch wel doorzetten, ben ik bang.'
Moore's collega
Michael Lee van het Massachusetts General Hospital is aanmerkelijk
milder gestemd over gp120. En dat heeft, verzekert Lee, niets
te maken met het feit dat hij een van de mensen is die de gp120-aanpak
hebben ontwikkeld. 'Ik vind niet dat je in zijn algemeenheid kunt
zeggen dat gp120 niet werkt', zegt hij. 'Misschien dat bepaalde
versies van het vaccin minder goed zijn, maar andere zouden best
kunnen werken. Tegen al die mensen die zeggen dat gp120 niet deugt
zou ik willen zeggen: hebben jullie iets beters dan?"
Gevaccineerde
apen
Ronald Desrosiers, een viroloog van Harvard Medical School, denkt
zeker dat hij iets beters heeft. Zes jaar geleden infecteerde
hij vier resusapen met het apenequivalent van hiv, nadat hij ze
eerst had gevaccineerd met een verzwakte vorm van hetzelfde virus.
Een tweede groep apen kreeg geen vaccinatie. De gevaccineerde
apen leven nog steeds, terwijl de dieren uit de controlegroep
allang dood zijn.
Desrosiers
maakte zijn vaccin door het zogenoemde nef-gen uit het virus te
verwijderen. Imiddels is bekend dat dit gen ervoor verantwoordelijke
is dat hiv zich in de cellen kan verschuilen. Normaal gesproken
hebben cellen zogenoemde MHC-moleculen op hun buitenkant, waaraan
het afweersysteem kan zien of de cel geïnfecteerd is of niet.
Uit onderzoek van het Pasteur instituut in Parijs bleek vorig
jaar dat nef ervoor zorgt dat de MHC moleculen hun werk niet goed
meer doen. Desrosiers' kreupele virus zorgde er blijkbaar voor
dat er een heel leger killercellen gemobiliseerd werd, waarna
de tweede, 'echte' infectie geen kans kreeg.
Op zichzelf
is die aanpak niet nieuw. Pokken zijn inmiddels de wereld uit
dankzij een speciaal, 'kreupel' pokkenvirus dat als vaccin dienst
doet. Veel aids-onderzoekers geloven dan ook dat kreupele aids-virussen
de toekomst hebben. Maar de grote angst is dat het virus-vaccin
op de een of andere manier zal 'herstellen' tot een agressief,
ziekmakend virus--een risico dat niet speelt bij de gp120-vaccins,
omdat daarbij slechts één eiwit wordt ingespoten.
Wie zou het aandurven om iemand te injecteren met een levend aids-virus,
ook al is het verzwakt?
Michael Lee
in ieder geval niet. 'Ik zou mezelf altijd eerst afvragen: zou
ik het op mezelf gebruiken? Op mijn vrouw of mijn kinderen? Zo
niet dan zou ik het ook nooit toepassen op iemand anders, want
je kent de consequenties niet.'
Ook Linda
Gritz, onderzoekster bij Therion Biologics, het bedrijf dat licentiehouder
is van het nef-loze vaccin van Desrosiers, ziet de problemen ervan
in. 'We hebben er voorlopig geen plannen mee', zegt ze, 'vanwege
de veiligheidsoverwegingen.' Uit de lucht gegrepen zijn die overwegingen
niet, want al drie jaar geleden werd ontdekt dat het nef-loze
virus van Desrusiers spontaan kon terugmuteren naar de letale
vorm. En in 1995 bleek bovendien dat zelfs zonder zo'n terugmutatie
bepaalde apen ziek werden van het vaccin.
Inmiddels
zijn verschillende laboratoria, waaronder dat van Goudsmit in
Amsterdam, driftig op zoek naar trucs om het virus zo te manipuleren
dat het absoluut onschadelijk wordt--en blijft. 'Als je dat voor
elkaar zou kunnen krijgen, is dit de aantrekkelijkste oplossing,
omdat je waarschijnlijk de beste bescherming krijgt', zegt Goudsmit.
'Maar het veiligheidsrisico zou wel eens onoverkomelijk kunnen
zijn.'
Duur en
onpraktisch
Vandaar dat, met name in Amerikaanse laboratoria, sinds kort wordt
geëxperimenteerd met nog een andere methode, waarbij geen
eiwit, en ook geen kreupel virus wordt ingespoten, maar een beetje
erfelijk materiaal (DNA) van het virus. De bedoeling van dergelijke
'DNA-vaccins' is dat het erfelijk materiaal van het virus de gastheer
aanzet tot het maken van viruseiwit, waartegen diezelfde gastheer
vervolgens antilichamen maakt. En in dierexperimenten blijkt het
nog te werken ook. Althans: een beetje. Hoe het komt is niet precies
bekend, maar DNA-vaccins geven de afweer hooguit een klein zetje.
Om echt een goede afweer te krijgen, is het nodig om één
en zes maanden na de DNA-prik een booster met viruseiwit in te
spuiten.
Groot voordeel
van deze methode is dat hij 'hartstikke veilig' is, zegt Goudsmit,
omdat er geen greintje levend virus aan te pas komt. Maar de methode
is, vooral in de Derde Wereld, onpraktisch. Bovendien dreigt zo'n
drietraps-vaccin veel te kostbaar te worden. 'Het lijkt er dus
op dat we twee methodes krijgen die werken', zegt Goudsmit. 'De
een is te
onveilig en de andere te duur.'
Wellicht
dat sommige landen uiteindelijk noodgedwongen voor de onveilige
variant zullen kiezen. Goudsmit: 'Maar het debat daarover wordt
op de verkeerde plaats gevoerd, namelijk in het Westen. We moeten
de know-how over vaccins kweken in de landen waar de epidemie
het hardst toeslaat. Dáár moet het risico afgewogen
worden. Kan best zijn dat ze dan zeggen: "Jongens, dat geklets
over veiligheid is fijn, maar het zijn onze mensen die sterven."'
Genetisch
variabel
De veiligheid is overigens niet de enige kopzorg in het vaccinonderzoek.
'Een ander probleem is nog steeds dat hiv zo ontzettend variabel
is. Er zijn inmiddels negen 'subtypen' van het virus beschreven,
die soms wel dertig procent verschillen in hun genetisch materiaal.
Zelfs binnen één subtype worden soms weer aparte
varianten onderscheiden.
De kans bestaat
dat vaccins wel tegen het ene, maar niet tegen het andere subtype
beschermen. Volgens Patricia Fultz van de Universiteit van Alabama
is dat een reële mogelijkheid. Fultz hoopt binnenkort de
resultaten te publiceren van experimenten waarbij ze chimpansees
injecteerde met subtype B. Deze apen worden niet ziek van hiv,
zodat hun immuunsysteem blijft werken. Vervolgens injecteerde
ze de dieren met subtype E. Dit bleek zich probleemloos in de
chimps te kunnen vestigen, ondanks hun besmetting met subtype
B. Fultz: 'Als een levend virus al geen bescherming geeft tegen
infectie met een ander subtype, wat kun je dan verwachten van
een vaccin?'
Fultz merkte
overigens wel dat de mate van bescherming afhing van de wijze
van toediening. 'Toen we het tweede virus injecteerden, zagen
we helemaal geen bescherming: Vervolgens hebben we het ook rectaal
of vaginaal toegediend, en dan zie je een zekere mate van bescherming.
Dus misschien is het makkelijker een vaccin te ontwikkelen dat
beschermt tegen seksueel overgedragen hiv dan tegen besmetting
via naalden.'
Het variabiliteitsprobleem
speelt ook een rol bij de geplande, controversiële fase-III-proeven
met gp120-vaccins, die op stapel staan in Thailand. De gebruikte
vaccins zijn gebaseerd op het subtype B, dat in de VS en Europa
het meest algemeen is. Ditzelfde subtype komt ook in Thailand
voor, tot voor kort vooral bij drugsgebruikers. Maar volgens sommigen
is het Thaise subtype B verschillend van het westerse. En tot
overmaat van ramp rukt ook het totaal andere subtype E in Thailand
op. Fultz: 'Ik heb er niet veel hoop op dat dat vaccin daar ooit
zal werken.'
Toch blijft
ze optimistisch. 'Gelukkig komt er de laatste paar jaar weer meer
geld beschikbaar voor vaccinonderzoek. Die trend lijkt door te
zetten. Maar Clintons belofte van een vaccin binnen tien jaar?
Dat gaat moeilijk worden. Vijftig procent kans, zou ik zeggen.'
|