|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Miljoenen
kevers wachten aan Zwitserse grens
Eén
document moet er nog worden getekend, dan verhuist de befaamde
kevercollectie-Frey van Duitsland naar Zwitserland. De strijd
in de familie Frey is beslecht.
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in de Volkskrant, 17 augustus 1998.)
Nog even
en dr. Michel Brancucci, de assistent-directeur van het Naturhistorisches
Museum van Basel, kan opgelucht ademhalen. Na een jarenlange juridische
strijd komt binnenkort de beroemde kevercollectie-Frey in Zwitserse
handen. Drie miljoen exemplaren omvat de verzameling, behorend
tot negentigduizend soorten.
De collectie,
verpakt in zesduizend bewaardozen, werd deze eeuw opgebouwd door
Georg Frey, een Duitse groot-industrieel. De ondernemer, die bekend
stond als der Loden-Frey, omdat hij zijn fortuin had gemaakt als
fabrikant van loden jassen, spendeerde een groot deel van zijn
kapitaal aan zijn uit de hand gelopen hobby.
Hij zette
expedities op touw naar alle uithoeken van de wereld. Bovendien
kocht hij regelmatig verzamelingen uit binnen- en buitenland.
Freys onstuitbare verzamelwoede leidde tot een collectie die zich
kan meten met die van de grootste musea ter wereld.
En de jassenmagnaat liet het niet bij verzamelen alleen. In 1954
bracht hij zijn kevers onder in zijn eigen Museum Frey, een gloednieuw
onderzoeksinstituut bij München. Er waren conservatoren,
een bibliotheek, en het instituut gaf zelfs een eigen wetenschappelijk
tijdschrift uit.
In 1976 stierf
Frey en met hem zijn museum. Het instituut werd gesloten en was
jarenlang ontoegankelijk. Entomologen die de collectie wilden
raadplegen, troffen slechts een oude vrouw die het gebouw stofvrij
hield en niemand binnenliet.
Dat ging
zo door tot 1986, toen de weduwe Frey besloot het hele zaakje
van de hand te doen. Verschillende Midden-Europese musea kregen
van haar een brief waarin ze de collectie aanbood voor 2,3 miljoen
mark. 'Zoveel geld hadden we natuurlijk niet', zegt Brancucci.
'Maar we hebben een club opgericht, Beetles for Basel, om het
geld in te zamelen.'
Maar voor
het zover was; gooide het natuurhistorisch museum van München
roet in het eten. München wilde de collectie voor Duitsland
behouden en kreeg het voor elkaar dat de verzameling het officiële
stempel van 'nationaal erfgoed' kreeg, wat inhield dat de kevers
niet aan het buitenland mochten worden verkocht.
De weduwe
Frey besloot daarop de collectie aan Basel te schenken om zo de
wet te kunnen omzeilen. Maar dat was weer tegen het zere been
van haar zoon, Herbert Frey, die meende dat daarmee het testament
van zijn vader werd geschonden, en die een proces tegen zowel
zijn moeder als het Zwitserse museum aanspande.
Zoonlief
verloor beide processen en sinds kort is Basel drie miljoen torren
rijker. Op papier althans, want, zo laat Brancucci weten: 'We
wachten nog op de ondertekening door de Zwitserse regering van
een document waarin wordt vastgelegd dat de collectie niet wordt
doorverkocht of opgesplitst.'
|