|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Negatieve
resultaten
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in de Volkskrant.)
'Wetenschappers
van de Universiteit van Sweetwood-Village hebben een belangrijke
doorbraak gemeld in het onderzoek naar kanker. De onderzoekers,
die hun resultaten deze week publiceerden in het tijdschrift NatureScience,
zeggen onomstotelijke bewijzen te hebben dat het drinken van matige
hoeveelheden grapefruitsap geen effect heeft op het verloop van
de ziekte.'
Een dergelijk
bericht zul je nooit tegenkomen. Over pillen die niet werken,
behandelingen die geen effect hebben en genen die normaal zijn,
lees je zelden iets. Negatieve resultaten worden ze genoemd, zulke
stiefkindjes van de wetenschap. Of soms gewoon botweg mislukte
experimenten.
En geen wetenschapper
die graag wordt geassocieerd met mislukte experimenten. Dus blijven
er stapels onderzoeksgegevens liggen. En zelfs als een onderzoeker
eens het lef heeft een stukje onderzoek zonder significante uitkomst
aan te bieden aan een vakblad, dan is het vrijwel zeker dat de
redacteur het manuscript zonder pardon retourneert.
Toch krijgen
studenten met de paplepel ingegoten dat ook negatieve resultaten
belangrijk zijn. Want soms kan wat niet gebeurt even belangrijk
zijn als wat wel gebeurt, al was het alleen maar om te dienen
als wetenschappelijk 'doodlopende weg'-bordje. Stel dat er werkelijk
onderzoekers zijn die de medicinale werking van grapefruitsap
willen onderzoeken. Dan is het toch prettig als ze ergens kunnen
lezen over de vruchteloze pogingen van collega's. Richard Horton,
hoofdredacteur van het Britse blad The Lancet, weet nog een paar
goede eigenschappen te noemen van negatieve resultaten. Ten eerste,
zo schrijft hij in een commentaar in The Lancet van een maand
geleden, zijn zulke resultaten vaak niet eens echt negatief, maar
gewoon niet positief genoeg.
Sommige geneesmiddelen
werken misschien maar een beetje. Niet overtuigend genoeg voor
een artikel, maar mogelijk wel voldoende om de levens van een
paar patiënten te redden. Verder wordt de medische wetenschap
tegenwoordig overstelpt met zogenoemde meta-analyses. Grootschalige
literatuurstudies, waarin wordt geput uit honderden wetenschappelijke
artikelen. Vaak zijn dergelijke analyses de enige manier om een
duidelijk beeld te krijgen van de effectiviteit van een behandeling.
Iets wat natuurlijk alleen maar lukt wanneer ook alle negatieve
resultaten het licht zien.
Daarom heeft
Horton samen met honderd redacteuren van andere medische bladen
een databank opgezet waar onderzoekers alsnog hun negatieve resultaten
kunnen deponeren. En blijkbaar is het iets wat leeft, want aan
de andere kant van de oceaan is onlangs een soortgelijk initiatief
genomen, toen daar het tijdschrift Negative Observations in Genetic
Oncology (NOGO) werd opgericht.
NOGO is een
elektronisch tijdschrift waar onderzoekers die aan de erfelijkheid
van kanker werken, hun negatieve resultaten kwijt kunnen. De artikelen
kunnen via Internet worden opgestuurd, maar worden wel blootgesteld
aan het proces van peer-review, een evaluatie door collega's.
Het eerste
nummer is inmiddels verschenen. Zesentwintig nuttige artikelen
die anders nooit verschenen zouden zijn. Maar ja, eerlijk is eerlijk,
lekker lezen is het niet. De verhalen zijn stuk voor stuk nogal
negatief.
|