© Copyright Menno Schilthuizen

Met z'n allen in het web

Ze zijn zeldzaam, maar ze bestaan: spinnen die hun krachten bundelen. Dat is voer voor sociobiologen.

MENNO SCHILTHUIZEN

(Oorspronkelijk verschenen in Intermediair, 29 januari 1998.)

Spinnen zijn echte Einzelgänger. Ze leven alleen, bouwen hun web op eigen houtje en eten hun prooien in hun eentje op. Tegen soortgenoten doen ze op zijn zachtst gezegd rottig. Alleen voor de broodnodige seks moeten ze af en toe omgaan met een andere spin, maar dan zo kort mogelijk. En menige mannetjesspin overleeft de geslachtsdaad niet.

Kortom, niet het soort dieren waarvan je sociaal gedrag zou verwachten, zoals dat bij mieren, bijen en termieten doodgewoon is. En toch bestaan er 'sociale spinnen'. Het zijn er niet veel: nog geen twintig soorten uit een handjevol spinnenfamilies, verspreid over de hele wereld. Maar juist dat maakt ze zo bijzonder, vinden spinnendeskundigen en sociobiologen. Waarom ontstaan in de evolutie af en toe soorten waarvoor het blijkbaar loont om wèl samen te werken?

Agelena consociata is er zo eentje. Ze maken grote nesten in de Afrikaanse jungle, waarin soms wel duizend spinnen huizen. Het nest, drie tot vier meter breed en twee meter hoog, is helemaal opgetrokken uit niet-kleverig spinsel.

De onderzoekers R. Darchen en B. Krafft bestudeerden deze soort in de jaren zestig en zeventig in gevangenschap. De spinnen bleken te beginnen met het maken van een aantal schuilplaatsen tussen bladeren. Drie of vier van hen blijven hierin achter om ze van binnen te verfraaien met onderling verbonden wandelgangen. Ondertussen weven de andere een dicht horizontaal web dat met draden aan de schuilplaatsen verbonden is. Hierboven wordt uiteindelijk een rommelig verticaal web gespannen.

De bedoeling is dat vliegende insecten verstrikt raken in het vertícale 'valstrikweb' en vervolgens omlaag tuimelen in het horizontale 'vangnetweb'. De trillingen in de draden worden opgemerkt door de spinnen in de schuilplaatsen, die toesnellen om de prooi te overmeesteren. Enkele houden de poten en vleugels vast, terwijl andere op de rug van de prooi klimmen en de dodelijke beet toebrengen. Uiteindelijk wordt de buit naar de schuilplaats gesleept. Hier nuttigen de spinnen de maaltijd gezamenlijk, waarbij jonge spinnetjes hun voedsel door de oudere aangereikt krijgen.

Perfecte airconditioning
Een hartverwarmend tafereel. Dat vindt ook Fritz Vollrath, een spinnenexpert aan de universiteit van Aarhus in Denemarken. 'Sociale spinnen zijn fascinerend omdat verder alle spinnen agressief en intolerant zijn. Dat uitgerekend zulke dieren zo'n hoge vorm van socialiteit kunnen ontwikkelen is heel bijzonder', zegt hij.

Maar 'gewone' spinnen zijn niet altijd zo onverdraagzaam. Bij veel soorten wonen de baby-spinnetjes zelfs geruime tijd vreedzaam in hun moeders nabijheid. In aanleg hebben spinnen dus wel degelijk het vermogen elkaar te tolereren. Wetenschappers denken dat dit 'subsociaal' gedrag af en toe geleid heeft tot de uitgesproken socialiteit van sommige soorten.

En wat zijn de voordelen? Huiselijkheid is er zeker een van. Grote nesten zijn duurzaam en hoeven, anders dan de webben van individuele spinnen, niet regelmatig herbouwd te worden. Bovendien beschikken ze over een perfecte airconditioning, zo bleek uit onderzoek bij een Mexicaanse soort. Het interne klimaat van de reuzenwebben van deze spin was opmerkelijk constant.

Een andere reden dat spinnen garen spinnen bij sociaal gedrag is de kolonisering van nieuwe biotopen. Door hun formaat kunnen sociale nesten veel grotere ruimtes overspannen dan de webben van individuele spinnen. Zo bouwt een soort uit Costa Rica zijn webcomplexen over snelstromende riviertjes, Op zulke plaatsen zijn prooien net zo algemeen als concurrentie zeldzaam is.

Tenslotte kunnen sociale spinnen veel grotere prooien vangen dan individueel opererende soorten. Dat komt onder andere doordat ze de taken verdelen, zegt Vollrath. "Bij de Zuid-Amerikaanse Anelosimus eximius zie je dat vooral kleine vrouwtjes zich bezighouden met prooivangst. Zulke vrouwtjes planten zich maar zelden voort, ook al paren ze wel met de mannetjes. De grotere, luie wijfjes krijgen al dat eten toegedragen en nemen het leeuwendeel van de voortplanting voor hun rekening.'

Zo'n hiërarchie is volgens Vollrath het evolutionaire begin van de maatschappijvorm van 'eusociale soorten', zoals bijen, wespen en mieren, vindt Vollrath. Zij hebben een vérgaande taakverdeling, ook bij de voortplanting, en een scheve verhouding tussen de geslachten: er komen veel meer vrouwtjes dan mannetjes voor. 'Iets dergelijks zie je ook bij sociale spinnen', zegt Vollrath. 'Meestal bestaat negentig procent van de populatie uit vrouwtjes. De weinige mannetjes die er rondlopen zijn er alleen maar voor de voortplanting. Dus ik vind dat sommige sociale spinnen ook eusociaal zijn.'

Flexibel systeem
Leticia Avilés, een evolutiebiologe aan de Universiteit van Arizona, ziet vooral grote verschillen met bijen en mieren, en vindt dat je spinnen niet eusociaal kunt noemen. 'Bij bijen en mieren zijn de kasten vastgelegd: werksters blijven altijd werksters. Maar spinnen hebben een andere oplossing bedacht. Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar voedsel kan het aantal wijfjes in de kolonie dat zich voortplant toe- of afnemen. Het is een heel flexibel sociaal systeem. Ik denk dat verdere evolutie in de richting van eusocialiteit helemaal niet nodig is.'

Een ander verschil ligt in de partnerkeuze. Sociale insecten paren gewoonlijk niet met nestgenoten, terwijl sociale spinnen dit wél doen. 'Ze hebben een heel sterke inteelt', zegt Aviles. 'Het gevolg is dat er door het gebrek aan vers bloed genetische verarming optreedt. Bijna alle spinnen in een nest zijn genetische kopieën van elkaar.' En dat, zo suggereert Avilés in een zojuist verschenen boek over sociaal gedrag bij insecten en spinnen, zou wel eens hun achilleshiel kunnen zijn. Want voor evolutie is genetische variatie nodig.

Volgens Vollrath zijn er nog veel meer valkuilen voor sociale spinnen. Zo zijn ze kwetsbaarder voor roofdieren. 'In Zuid-Amerika zie je vaak kolibri's zijde losscheuren uit de webben, om het als nestmateriaal te gebruiken. Het is ook geen toeval dat veel sociale spinnen erg giftig zijn. Ik heb wel eens gezien hoe een aap werd weggejaagd uit een spinnenkolonie.'

Maar gif werkt niet tegen de mieren die een spinnenkolonie vaak terroriseren. Omdat de meeste sociale spinnen niet-kleverige webben maken, kunnen zij er ongestoord rondwandelen. De Amerikaanse onderzoeker William Tietjens beschrijft hoe een keer mieren zijn laboratoriumkolonie binnenvielen: 'De mieren kwamen af op vliegenkadavertjes in het web, maar begonnen vervolgens ook de spinnen zelf aan te vallen en hun eipakketten mee te nemen. De spinnen hadden niets in de gaten tot ze gebeten werden. 'Brutale mieren bouwen soms zelfs een eigen nest in het web van de spin, zo werd onlangs in een Amerikaans insectentijdschrift gemeld.

Niettemin lijken de weinige sociale spinnen die er zijn, behoorlijk succescol.' Anelosimus eximius is een van de meest talrijke spinnen van het Amazonegebied. Zijn webben kunnen zo groot worden als een klein huis, waar dan zo'n half miljoen spinnen in nestelen', vertelt Vollrath. 'De meeste sociale spinnen hebben een behoorlijk solide niche gevonden.'

 

   
Copyright©2004 Schilthuizen.org