|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Hoe het
hart de bocht uitvliegt
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Intermediair.)
Vorig jaar
werd in Groningen 's Neerlands eerste gelijktijdige transplantatie
van een hart en beide longen uitgevoerd. Het was geen toeval dat
de patiënte zowel slechte longen als een slecht hart had.
Bij veel aangeboren hartafwijkingen zit er namelijk een gat in
het tussenschot tussen de linker- en de rechterhartkamer. De linkerkamer
pompt normaal gesproken het bloed de lichaamsslagader in, maar
door het gat komt een deel van de bloeddruk in de slagaders van
de longen terecht. Die kunnen zoveel druk niet aan en gaan kapot.
Deze hartafwijking,
ook wel VSD ('ventrikel-septum defect') genoemd, maakt deel uit
van een spectrum van hartafwijkingen, waarvan de meest ernstige
een toestand is die DORV genoemd wordt: 'Double Outlet Right Ventricle'.
Hierbij is het hele binnenwerk van het hart in de war: er is een
VSD, maar bovendien zitten ook de slagaders verkeerd: zowel de
long- als de lichaamsslagader ontspringen uit de rechterkamer.
De Leidse hoogleraar Adri Gittenberger-de Groot van de vakgroep
Anatomie probeert erachter te komen hoe zulke hartproblemen ontstaan.
'In Nederland
komen jaarlijks ongeveer vijftienhonderd kinderen ter wereld met
een aangeboren hartafwijking', zegt Gittenberger-de Groot. 'En
vaak gaat het om een VSD, of een daaraan verwante aandoening.
Omdat we iets wilden doen wat van klinische relevantie was, hebben
we besloten om zulke hartafwijkingen in levende harten te gaan
induceren.'
De anatomen
deden dit uiteraard niet bij mensen, maar bij proefdieren. Kippenembryo's,
om precies te zijn. 'Kippenembryo's zijn makkelijk te manipuleren',
zegt Gittenberger-de Groot. 'Je maakt gewoon een gaatje in een
bebroed ei en je kunt het embryo opereren.'
De operatie
die de embryo's moesten ondergaan, bestond uit het afknellen van
een grote ader nabij het hart. 'Het hart ontstaat uit een dikke,
met spieren omklede buis, die zich in een aantal bochten wringt.
Stroomsnelheden en bloeddruk zijn dan belangrijke indicaties voor
het hart om als het ware te voelen hoe het zich moet vormen. Als
je die bloedstroom verandert, wordt het groeiende hart misleid
en neemt de bocht te ruim. En dan gaat het mis.'
Naast de
aderklem-methode maakten Gittenberger-de Groot en haar medewerkers
ook gebruik van een andere ingreep: blootstelling aan 'vitamine
A-zuur'. Deze stof speelt een belangrijke rol in de embryonale
ontwikkeling, maar in hoge doses kan het afwijkingen veroorzaken.
Tot de verbazing
van de onderzoekers ontwikkelden de embryo's in allebei de experimenten
DORV hartjes. 'Het is heel opvallend dat je met zulke verschillende
ingrepen vrijwel identieke hartafwijkingen induceert', zegt Gittenberger-de
Groot.
Voor de klinische
toepassing van haar resultaten werkt Gittenberger-de Groot samen
met professor Wladimiroff van de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
'Daar kunnen we met een zogenoemde Doppler-techniek in de baarmoeder
bloedstroom meten bij embryo's van maar twee maanden oud. Een
afwijking in de bloedstroom kan een waarschuwing zijn dat er iets
aan het misgaan is.'
Ze probeert
er nu achter te komen welke hartafwijkingen leiden tot een spontane
abortus en welke niet. Als je dat weet, kun je eventueel besluiten
tot een operatie in de baarmoeder, of tot een geïnduceerde
abortus. Het alternatief is een operatie na de geboorte. Dat gaat
tegenwoordig heel behoorlijk, maar het wordt pas zo'n vijftien
jaar gedaan en we weten nog niet hoe het die mensen in hun verdere
leven vergaat.'
|