|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Jurassic
clubblad
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in BIOnieuws, 25 januari 1997.)
Sommige wetenschappelijke
hypes zijn voorbij voor je het weet. Neem nou die hele ophef over
fossiel DNA. Het lijkt al weer zo lang geleden dat in Nature en
Science het ene na het andere record werd gekraakt. Het begon
al in de jaren tachtig, toen voorzichtige succesjes werden geboekt
met het isoleren van DNA uit gedroogde huiden van uitgestorven
zoogdieren, zoals de Quagga. In 1991 kwam daar ineens de (later
herroepen) claim overheen dat DNA was geisoleerd uit miocene Magnoliabladeren,
direct gevolgd door het werk aan barnsteen-insecten door Raul
Cano en vader en zoon Poinar.
Vijfentwintig,
veertig, honderddertig miljoen jaar oud, alsof het niets was!
Maar de klapper was natuurlijk het bericht, ruim anderhalf jaar
geleden, dat levende bacteriekolonies gekweekt zouden zijn uit
de maagjes van 25 miljoen jaar oude bijen.
aDNA
Sindsdien is het stil geworden rond ancient DNA, of aDNA, zoals
het ook wel genoemd wordt. De scherpe kantjes lijken er een beetje
van af. Iedereen is inmiddels wel overtuigd van de authenticiteit
van het barnsteen-DNA, en tenzij er nog DNA uit Marsmeteorieten
wordt losgepeuterd, is er weinig eer meer aan te behalen. Het
vakgebied schijnt een jonge dood te zijn gestorven.
Maar schijn
bedriegt. Want in de schaduw van alle fantastische claims is een
gemeenschap van onderzoekers gegroeid, die technieken hebben ontwikkeld
om aDNA te gebruiken voor het oplossen van allerlei wetenschappelijke
vraagstukken. Al enige jaren worden nieuwtjes verspreid in de
Ancient DNA Newsletter en via een mailing list. Ook worden er
congressen over het onderwerp gehouden.
In juni van
dit jaar zal in Duitsland alweer de vierde 'aDNA-Meeting' plaatsvinden.
Een greep uit de abstracts van de vorige keer biedt een keur aan
onderwerpen: de evolutionaire verwantschappen van uitgestorven
mammoeten en holenberen, de oorsprong van de eerste Zuid-Amerikaanse
indianen, de verspreiding van infectieziekten in de Middeleeuwen,
en de aard van het perkament waarvan de Dode-Zeerollen zijn vervaardigd.
En dat alles
up basis van aDNA. Toegegeven, het is allemaal wat minder Jurassic
Park-achtig, maar het zijn wel belangrijke vragen die met aDNA
beantwoord kunnen worden.
Ancient
Biomolecules
En nu ligt dan eindelijk, na jaren van oponthoud, het eerste nummer
van Ancient Biomolecules op de mat. Een heus wetenschappelijk
tijdschrift, helemaal gewijd aan aDNA, hoewel de redactie verzekert
dat er ook stukken in mogen over oude eiwitten en andere macromoleculen,
of over C14-datering.
Niettemin
gaan vijf van de zeven artikelen in het eerste nummer over aDNA,
en ook hier valt weer de diversiteit op van de vragen die hiermee
beantwoord kunnen worden. Zo leggen Anne-Marie Vachot en Monique
Monnerot (van het Centre de Génétique Moléculaire
in Gif-sur-Yvette) uit hoe je DNA kunt halen uit museummateriaal
dat in formaline is gefixeerd.
Reburial
legislation
Een ander stuk over het gebruik van museumcollecties, van de Amerikanen
DeGusta en White, rakelt de heikele kwestie van 'reburial legislation'
op. In Australië en de VS zijn sinds enige tijd wetten van
kracht die toestaan dat archeologisch botmateriaal van respectievelijk
Aborigines en indianen weer wordt herbegraven. En dat is iets
waar aDNA-onderzoekers (DeGusta en White incluis) uiteraard niet
enthousiast over zijn.
Verder maakt
het eerste nummer melding van: eiwitten in een Egyptische mummie;
sexebepaling van oude menselijke botten; mitochondriaal DNA uit
de resten van Amerikaanse indianen; de chemische samenstelling
van de wanden van fossiele waterleliezaadjes (onderzoek van o.a.
het NIOZ); en de schimmels in de sloffen van Ötzi de IJsman.
Reuze interessant
allemaal, maar je vraagt je wel af of een eigen clubblad het meest
geschikte forum is voor dit soort onderzoek. Strikt genomen horen
de diverse vraagstellingen thuis in heel verschillende vakgebieden:
antropologie, archeologie, botanie en genetica, om er maar een
paar te noemen. De verspreiding van de onderzoeksresultaten wordt
niet bevorderd door ze weg te stoppen in een blad dat maar in
heel beperkte kring gelezen zal gaan worden.
Wat dat betreft
was de oude situatie waarschijnlijk beter: technische tips en
nieuwtjes werden verspreid in een nieuwsbrief en een mailing list,
terwijl de echt belangrijke resultaten verschenen in de tijdschriften
waarin ze thuishoren, zoals Journa! of Archeological Science,
American Journal of Human Genetics, Microbiology, enzovoorts.
Aan de andere
kant heeft de uitgever het wel erg aantrekkelijk gemaakt om in
Ancient Biomolecules te publiceren. Waar andere tijdschriften
soms 'page-charges' kennen--een bedrag dat de auteur moet neerleggen
als bijdrage in de drukkosten--kent dit blad 'negative page charges'.
Auteurs krijgen 'vouchers', een soort boekenbonnen om andere producten
van dezelfde uitgever te kopen. Het laat zich raden waar deze
slimme middenstander gevestigd is: in het land van de Verkadeplaatjes
en de air-miles.
Ancient Biomolecules
verschijnt vier maal per jaar. Een abonnement kost 58 ECU per
jaar. Uitgegeven door Overseas Publishers Association, Amsterdam.
|