© Copyright Menno Schilthuizen

De Nijlbaars ontkomen

Het zijn juweeltjes, dat moet gezegd: fluweelzwart met scharlaken omzoomd, of groen met oranje. Eentje is zelfs blauw van boven, rood van voren, groen van achter, met gele vlekken en zwarte zebra-strepen. En dan die namen! Thick Skin, Duck Snout en Fleshy Lips, als ging het om onderwereldfiguren uit een Amerikaanse B-film. De Leidse promovendus Ole Seehausen, verbonden aan het instituut voor Evolutionaire en Ecologische Wetenschappen, heeft een boek geschreven over een beroemde diergroep: de cichliden van het Afrikaanse Victoriameer.

MENNO SCHILTHUIZEN

(Oorspronkelijk verschenen in BIOnieuws.)

Van oudsher bejubeld om hun uitzonderlijke vormenrijkdom, staan deze cichliden de laatste jaren vooral in de belangstelling omdat ze het lijdend voorwerp zijn geworden van één van de meest dramatische massaextincties van deze eeuw. Twee jaar geleden nog wijdde Tijs Goldschmidt hier zijn boek 'Darwins Hofvijver' aan.

Maar wie denkt dat Seehausens 'Lake Victoria Rock Cichlids' het zoveelste verhaal is van de slachting die de Nijlbaars onder de inheemse visfauna van het Victoriameer aanricht, heeft het mis. Nijlbaarzen jagen namelijk vooral in diep water. Het zijn dan ook de cichliden van open water die het moeten ontgelden, terwijl de soorten die zich gespecialiseerd hebben op de ondiepe rotsige randen van het meer, de dans grotendeels ontspringen. En juist over deze geluksvogels gaat het in dit boek.

Tot voor kort werd altijd gedacht dat het Victoriameer nogal arm was aan zulke 'rotsbewoners'. De Britse taxonoom Humphry Greenwood, al meer dan veertig jaar een autoriteit op het gebied van deze vissen, was er lange tijd van overtuigd dat rotsbewonende cichliden in het Victoriameer nagenoeg ontbraken. Het kwam dan ook als een complete verrassing toen de Leidse onderzoeksgroep, die eind jaren zeventig van de grond kwam, tientallen nieuwe rotsbewonende soorten begon te ontdekken. Seehausen bespreekt er 173 en nog is het einde niet in zicht.

Dat de rotsbewoners pas zo recent zijn ontdekt, is er ook de oorzaak van dat ze in Seehausens boek zulke bizarre namen dragen. De meeste soorten zijn namelijk nog niet officieel beschreven en tot het zover is moeten ze aangeduid worden met tijdelijke bijnamen. De groep als geheel moet het trouwens ook doen met een gelegenheidsnaam. Seehausen duidt ze, in navolging van de plaatselijke vissers, aan met het woord Mbipi, afkomstig uit het lokaal gesproken Kisukuma.

Volgens Seehausen bezitten de vissers een gedegen kennis van hun cichliden en maken ze onderscheid tussen de geslachten Haplochromis, Astatoreochromis en Oreochromis (respectievelijk Furu, Komaga en Sato, waarbij de Furu weer worden onderverdeeld in Mgobegobe (de visetende soorten), Mhipi (langs de rotsen) en de rest.

Aquariumhandel
Het woord Mbipi betekent volgens Seehausen zoveel als 'the dark ones' en dat is, blijkens de vele fraaie kleurenfoto's in het boek, beslist onterecht. Het zijn, net als de andere cichliden uit de Afrikaanse meren (naast het Victoriameer bezitten ook het Malawi- en het Tanganyikameer honderden soorten) onwaarschijnlijk fraaigekleurde visjes. Het is dan ook geen wonder dat ze het erg goed doen in de aquariumhandel; er zijn inmiddels al zo'n vijftig Victoria-rotscichliden verkrijgbaar.

Toch is hun aquariumcarrière pas een paar jaar oud, en het ontbreekt hobbyisten nog aan degelijke informatie over de biologie van hun vissen. Voor die mensen heeft Seehausen een hoofdstuk opgenomen over het houden en kweken van Victoria-Mbipi. Hij geeft tips over voedsel, waterkwaliteit en het inrichten van het aquarium. Ook voor de niet-hobbyist zijn hier interessante weetjes te vinden. Zo meldt Seehausen dat vissen in een aquarium met te weinig schaduw zich onveilig voelen en 'binnen minuten of uren al hun kleur kunnen verliezen'.

Maar ook de bioloog zonder aquarium komt aan zijn trekken. Seehausen gaat uitgebreid in op de evolutie van zijn lievelingsvisjes, in het bijzonder op de soortvorming. Want dat blijft toch één van de meest prangende vragen: hoe zijn al die verschillende soorten in zo'n korte tijd (volgens de laatste gegevens is het Victoriameer minder dan 13.000 jaar oud) ontstaan?

Randmeertjes-hypothese
Lange tijd is gedacht dat de explosieve soortvorming helemaal op het conto te schrijven was van zogenoemde 'randmeertjes'. Het Nabugabomeer is zo'n randmeertje, een satellietje van het grote Victoriameer, ontstaan na een waterspiegeldaling ongeveer 4.000 jaar geleden.

In de jaren zestig ontdekte Greenwood dat in Nabugabo vijf 'endemische' cichliden te vinden waren: soorten die uitsluitend daar voorkwamen. Het leek aannemelijk dat die soorten gedurende de periode van isolatie geëvolueerd waren. En dat bracht Greenwood en zijn collega's op het idee dat op dezelelfde manier wellicht de gehele Victoriameer-diversiteit te verklaren was: er waren immers talloze randmeertjes en ook waterspiegelfluctuaties waren in de loop der eeuwen regelmatig voorgekomen.

Maar Seehausen heeft het niet zo op de randmeertjes-hypothese. In de Mbipi ziet hij namelijk patronen die er tegenstrijdig mee zijn. Zo noemt hij het geval van 'red pseudonigricans' en 'blue pseudonigrícans'. Twee nauw verwante soorten die samen op dezelfde plaats voorkomen, maar verschillen in niche (de een wat dichter bij de kant dan de ander) en in mannelijk kleurpatroon (de één blauw, de ander rood). Seehausen vindt het veel aannemelijker dat de voorouder van beide soorten daar ter plekke ('sympatrisch') is gesplitst in de twee dochtersoorten, zonder dat er ooit een randmeertje aan te pas is gekomen. En de twee pseudonigricansen vormen geen uitzondering, denkt Seehausen. Hij vermoedt dat een groot deel van de soorten op een vergelijkbare manier ontstaan is, iets wat hij in zijn proefschrift nog verder hoopt uit te werken.

Natuurlijk valt er ook wel wat op het boek aan te merken. Het Engels rammelt hier en daar, een index ontbreekt en ook een verklarende woordenlijst zou wel handig zijn geweest, temeer omdat de auteur in sommige van de meer wetenschappelijke passages wel erg weinig tegemoet komt aan de hobbyisten onder zijn lezers.

Maar dat neemt niet weg dat 'Lake Victoria Rock Cichlids' een bijzonder boek is geworden, al was het alleen maar vanwege de opmerkelijke veelzijdigheid. Het zal weinig diergroepen gegund zijn dat hun evolutie en taxonomie in één adem worden besproken met oecologie, verspreidingsgegevens, biometrische tabellen en tips voor de aquariumhouder. En dat alles dan ook nog eens temidden van honderden schitterende kleurenfoto's!

Ole Seehausen
'Lake Victoria Rock Cichlids--taxonomy, ecology, and distribution.' Verduijn Cichlids, Zevenhuizen. f. 89,50 gebonden, 304 p.

 



   
Copyright©2004 Schilthuizen.org