© Copyright Menno Schilthuizen

Vogelaars wijzen weg naar soortenrijkdom

Om de twee jaar kent een jury van de KNAW de Amsterdamse Prijs voor het Milieu toe. Deze prijs, 250.000 gulden groot, ging tot nu toe naar een man of vrouw die zich bijzonder verdienstelijk had gemaakt voor het behoud van het milieu. Dit jaar was het de eerste keer dat een organisatie werd bekroond: namens BirdLife International nam dr. Colin Bibby de prijs in ontvangst. Op 4 oktober was hij even in Leiden om over het werk van zijn organisatie te vertellen.

MENNO SCHILTHUIZEN

(Oorspronkelijk verschenen in Mare, 20 oktober 1994.)

BirdLife International in Cambridge is het zenuwcentrum van een internationaal netwerk van vogelbeschermingsorganisaties. Wegens het grote aantal enthousiaste waarnemers wereldwijd zijn van de verspreiding van vogelsoorten zo veel gegevens bekend, dat het mogelijk is om die als instrument te gebruiken bij het in kaart brengen van hotspots van biodiversiteit; gebieden waar de verscheidenheid aan soorten het grootst is en die dus schreeuwen om bescherming.

In 1992 verscheen van de hand van Bibby en acht co-auteurs het rapport Putting biodiversity on the map, een poging om de mondiale ornithologische kennis om te zetten in duidelijke aanbevelingen voor politici en beleidsmakers. Ze gebruikten daarbij vooral 'endemen', soorten die op een kleine oppervlakte voorkomen en verder nergens ter wereld. Sommige tropische gebieden, bijvoorbeeld de Salomons Eilanden, zijn buitengewoon rijk aan dergelijke unieke vogelsoorten. Wanneer zulke Endemic Bird Areas (EBAs) zouden verdwijnen, is het verlies aan biodiversiteit groter dan in gebieden waar soorten leven die ook elders nog voorkomen.

BirdLife International doet ook zijn best om zijn ideeën aan de man te brengen bij internationale beleidsmakers. Bibby: How can we blame politicians if we haven't told them? Maar ook op het niveau van de lokale bevolking is de organisatie actief. 'We geven affiches en boeken uit, waarin op eenvoudige manier wordt duidelijk gemaakt waarom de vogels in een bepaalde streek bijzonder zijn. Een boer op een eiland in de Filippijnen beseft vaak niet dat een groot deel van de rest van de wereld er heel anders uitziet. Zo'n man vroeg mij eens of wij in Engeland ook zo' n last hebben van papegaaien in onze gewassen. Door de plaatselijke bevolking de waarde van biodiversiteit te leren inzien, ontstaan lokale natuurbeschermingsnetwerken die vaak meer effect hebben dan politieke regelingen van bovenaf.'

Tegenwerpingen tegen het werk van Birdlife International kwamen tijdens het vragenrondje na Bibby's lezing naar voren. Zou een kaart met hotspots niet gaan dienen als vrijbrief om alle 'witte' plekken te vullen met natuurverwoestende projecten? 'Het enige alternatief is hetniet leveren van die informatie,' stelde Bibby, 'en dat is in elk geval erger. Je moet altijd proberen om een adviserende functie te houden bij autoriteiten, zodat je het gebruik van de gegevens in goede banen kunt leiden'.

In soortenaantal vertegenwoordigen vogels minder dan één procent van de totale biodiversiteit op aarde. Hoe kunnen we er zeker van zijn dat avifauna-hotspots net zo hot zijn voor wat betreft hun kevers, kikkers en kruisbloemigen? Bibby is vol vertrouwen: 'Als je de hotspots van endemisme in kaart brengt voor vogels, reptielen, amfibiën, zoogdieren, insecten en planten in een goed doorzocht gebied als bij voorbeeld de Caraïbische eilanden, dan krijg je een sterke mate van overlap. Ik ben er behoorlijk zeker van dat onze EBA's ons de goede kant op sturen.'



   
Copyright©2004 Schilthuizen.org