© Copyright Menno Schilthuizen

Eerherstel voor een impopulaire diergroep

Een Chinese Bidsprinkhaan staart je aan met kille, groene ogen. Ze richt zich op en begint haar van scherpe doorns voorziene voorpoten uit te vouwen om toe te slaan. 'Tot hoever reiken die grijpers?' denk je onwillekeurig, want het beest is niet een decimeter groot zoals normaal maar zo'n slordige zes meter. En je doet een stapje terug, want de begeleidende tekst vertelt je dat hij nog geen eten heeft gehad.

MENNO SCHILTHUIZEN

(Oorspronkelijk verschenen in Mare, 18 augustus 1994.)

'Een aardigheidje', zegt Peter Koomen, de bedenker en wetenschappelijk coördinator van de tentoonstelling SUPERinsekten die sinds 1 juli in het Pesthuis te zien is. 'Verder is SUPERinsekten een serieuze tentoonstelling die de bezoeker vooral moet verbazen over hoe bijzonder insekten eigenlijk zijn'.

In die opzet lijkt het NNM wonderwel geslaagd: ofschoon alle affiches en folders de nadruk leggen op de twaalf bewegende, natuurgetrouwe insekten-replica's die verspreid door het museum staan opgesteld, vormen die in feite maar een bescheiden deel van de tentoonstelling. Minstens zo belangrijk zijn de talloze vitrines waarin topstukken uit de insektencollectie van het NNM staan opgesteld. Er zijn fantastisch metaalblauwe vlinders, wespen zo groot als een duim en kevertjes kleiner dan de punt op deze i. Door het tonen van al deze uitersten in schoonheid, vorm, kleur en formaat krijgt de bezoeker een indruk van een diergroep, die door velen geen blik waardig wordt geacht.

Pretpark
De robot-modellen zijn fraai. Ze zijn natuurgetrouw en met gevoel voor detail gemaakt en bewegen zich op een geloofwaardige manier (het geklik en gesis van de perslucht daargelaten). Toch vraag je je af of Darwin, die ook als robot aanwezig is in de hoek van één van de zalen, het wel allemaal zo gewaardeerd zou hebben. De laatste jaren verschijnen in natuurhistorische musea overal ter wereld steeds meer pretpark-achtige attracties, iets wat door sommige museumbezoekers met gemengde gevoelens wordt gadegeslagen. Volgens Koomen is het 'gewoon competitie'. 'Als je mensen de natuurhistorische musea in wilt krijgen, dan moet je iets bieden wat kan concurreren met de Efteling. En is het publiek eenmaal binnen, dan blijkt er nog veel meer te zien.'

Tegen de achtergrond van de biodiversiteitscrisis komt de keuze van het museum geen dag te vroeg. Insekten vormen de grootste diergroep op aarde. Van de 1,4 miljoen bekende soorten levende wezens op aarde zijn er ongeveer één miljoen insekten. En voorzichtige schattingen gaan er van uit, dat dit nog geen tien procent is van het werkelijke aantal soorten. De Amerikaanse bioloog E.O. Wilson heeft onlangs berekend dat er momenteel ieder jaar tenminste 20.000 verschillende soorten insekten uitsterven, en dat we het grootste deel van die dieren nooit zullen kennen. Helaas is dat nog steeds iets waarvan de meeste mensen niet wakker liggen. 'Een vogel spreekt nog altijd meer tot de verbeelding dan een beestje met zes pootjes', legt Koomen uit. 'En als deze tentoonstelling iets van die onbekendheid kan wegnemen, zijn we weer een stapje verder.'

Superinsecten
Het Pesthuis,
t/m 23 oktober.



   
Copyright©2004 Schilthuizen.org