|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Stuwen
fnuiken prikken
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in BIOnieuws, 15 juni 1996.)
De Nederlandse
vertebraten zijn eindelijk compleet in kaart. Nadat de afgelopen
vijftien jaar achtereenvolgens atlassen van de vogels, amfibieën
& reptielen en zoogdieren het licht hadden gezien, waren dit
jaar de vissen aan de beurt.
Volgens Henrik
de Nie,de auteur van de Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen,
is het geen toeval dat de vissen de hekkesluiter vormen. In vergelijking
met hun gevederde of behaarde verwanten zijn vissen bepaald impopulair.
De Nie: 'Kijk maar in het handboek van Natuurmonumenten. Er staat
altijd hier zitten reeën of hier broeden boomvalken, maar
nooit hier komt kwabaal voor'.
Toch weerhield
dat het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij er niet
van De Nie twee en een half jaar te subsidiëren. De Nie,
gedurende die periode gehuisvest bij de Organisatie ter verbetering
van de Binnenvisserij (OVB), bouwde een gegevensbestand op van
meer dan 110 duizend waarnemingen, afkomstig van onderzoekers
van het Rijksinstituut voor Visserij-Onderzoek (RIVO), het OVB
zelf, natuurliefhebers en sportvissers.
Oeververtrappers
En wie sportvissers maar verfoeilijke hengelaarsvindt, een zomers
bataljon oeververtrappers dat overal maar pootvis uitzet en de
visfauna verziekt, kan bij De Nie een andere mening aantreffen.
'Voor veel mensen is hengelen hun enige contact met de natuur.
En met uitzondering van de echte wedstrijdvissers, die alleen
maar in centimeters denken, zijn veel hengelaars oprecht in vissen
geïnteresseerd. Ik hoop dat dit hoek hun wat meer achtergrondinformatie
kan bieden. En natuurlijk wordt er hier en daar pootvis uitgezet,
maar dat is bijna altijd in kleine watertjes, waar het niet veel
kwaad kan.
Behalve op
sportvissers is de atlas vooral gericht op een breed publiek van
natuurliefhebbers. De opmaak is daar in ieder geval al op aangepast.
Het boek oogt vlot, aantrekkelijk, een tikje ordinair zelfs. De
vormgevers van de (vooral in tijdschriften gespeciali- seerde)
uitgeverij hebben zich duidelijk een beetje laten gaan. Het gebruik
van kaders, verlooprasters, achtergrondkleuren en lettertypen
is allemaal nogal overdadig.
Schat
aan informatie
Ondanks die populaire inslag bevat het boek een schat aan faunistische
informatie. Na
een korte inleiding over de herkomst van de gegevens, vangsttechnieken
en oecologie, wordt in ruim honderd pagina's de laatste stand
van zaken voor alle 45 Nederlandse zoetwatervissen behandeld.
De huidige verspreiding in ons land wordt weergegeven in
een kaartje dat verdeeld is in 5x5 km-hokken. Daarnaast is er
steeds een klein kaartje met
de Europese verspreiding. Het boek is duidelijk niet bedoeld als
determinatiewerk: slechts een kleurenfoto en een paar opvallende
lichaamskenmerken worden gegeven. Wel is er veel aandacht voor
oecologie en kwetsbaarheid.
Opvallend
is de sterke achteruitgang in riviertrekvissen. Elft, steur en
zalm zijn hier beruchte voorbeelden van. Op alle drie deze soorten
bestond tot de eeuwwisseling een bloeiende visserij. Vandaag de
dag gelden ze als uitgestorven in ons land, als gevolg van overbevissing,
vervuiling, maar vooral van waterpeilbeheersing. De stuwen in
de Rijn vormen onneembare obstakels voor de riviertrek.
Van een terugkeer
naar de oude situatie is voor deze soorten nog geen sprake. De
steuren die tegenwoordig nog wel eens werden gevangen zijn allemaal
verwilderde siervissen, die na een korte tuinvijvercarrière
in de sloot worden gekieperd, zegt De Nie. En de berichten dat
de zalm aan een come-back bezig zou zijn, vindt hij ronduit 'volksverlakkerij'.
Zelfs de veelbejubelde terugkeer van de zalm in de Theems is helemaal
te danken aan grootscheepse kweekprojecten. Van echte terugkeer
kun je pas spreken, vindt hij, als de optrekbaarheid van de grote
rivieren verbeterd wordt.
Zware
tijd
Ook andere riviervissen hebben een zware tijd achter de rug. Winde,
alver, zee- en rivierprik zijn soorten die rond 1970 een dieptepunt
kenden, maar die sindsdien langzaam opkrabbelen uit het dal. Ook
voor hen geldt dat deregularisering van de waterpeilbeheersing,
zoals de aanleg van zogenoemde 'vistrappen' langs stuwen, wonderen
kan doen.
De atlas
is overigens niet bedoeld als Rode Lijst, zegt De Nie. Het komend
jaar hoopt hij zijn gegevensbestand op een meer wetenschappelijke
manier te kunnen gaan analyseren. De daaruit tevoorschijnkomende
trends in voor- of achteruitgang zouden de basis moeten vormen
voor een echte Rode Lijst.
Henrik W.
de Nie
Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen, Media Publishing, Doetinchem,
1996, ISBN 90-301413-5-6, prijs f39,95.
|