© Copyright Menno Schilthuizen

DNA-onderzoeker krijgt rekening

DNA-technieken worden al jaren gebruikt om smokkel in beschermde dieren,
stroperij en gesjoemel met voedsel aan het licht te brengen. Biologen reageren dan ook onthutst nu blijkt dat een Canadees bedrijfje patent heeft gekregen op een hierbij veel gebruikte methode.

MENNO SCHILTHUIZEN

(Oorspronkelijk verschenen in de Volkskrant.)

'Biefstuk' staat er op de verpakking. Maar wie zegt dat het geen goedkoop paardevlees is? En hoe kun je aan ingeblikte tonijn zien of het de regulier gevangen soort is, of een zeldzame, beschermde tonijn? Een ander voorbeeld: een lading papegaaiekuikens arriveert uit Zuid-Amerika. Hoe weten douanebeambten of het een toegelaten dan wel een beschermde soort is?

Dit soort problemen vormt het groeiende werkterrein van de forensische taxonomie, het op naam brengen van stukjes plant en dier voor juridische doeleinden. Tot voor kort werd zulk biologisch detectivewerk vooral gedaan door universiteiten en andere overheidsinstellingen. Dr Susan Pryde van het Britse Food Science Laboratory in Aberdeen bijvoorbeeld, gebruikt DNA om verschillende soorten tonijn te determineren.

Dat gaat als volgt: een stukje vis wordt vermalen en er wordt wat DNA uit gehaald. Van een bepaald gen wordt de 'sequentie' bepaald, de volgorde waarin de bouwstenen van het DNA aan elkaar geregen zijn. Vervolgens wordt die vergeleken met sequenties van bekende soorten, en op basis van de overeenkomsten en verschillen wordt een verwantschapsboom opgesteld. Zo kan de onderzoeker vaststellen tot welke soort, en vaak ook tot welke populatie de onbekende vis behoort. En dat kan dan weer van belang zijn om overtreding van vangstquota aan te tonen.

Dat ook commerciële bedrijven zich begeven op de groeimarkt van forensische taxonomie ondervond Pryde toen ze onlangs werd benaderd door het Franse Atlangene. In een bericht dat op Internet circuleert, stort ze haar hart uit: 'Ze stuurden ons een brief waarin ze zeiden dat de door ons gebruikte techniek sinds 1991 is gepatenteerd door twee Canadese uitvinders en dat Atlangene onder licentie het alleenrecht in Europa ervoor heeft!'

In haar Internet-bericht zegt Pryde van plan te zijn het patent aan te vechten. Volgens haar wordt de techniek (in het patent FINS genoemd, wat staat voor Forensically Informative Nucleotide Sequencing) al jaren gebruikt door onderzoekers wereldwijd. Ze is daarom op zoek naar publikaties van voor 1991 die dat aantonen. Ook roept ze collega-wetenschappers op, te protesteren bij het Europees Patentbureau in München.

'En terecht', vindt dr Rory Post, hoogleraar diertaxonomie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, en expert op het gebied van DNA-taxonomie. 'Ik ben met stomheid geslagen. Hoe kun je zoiets nou patenteren? Als dit niet wordt bestreden, heeft het vèrstrekkende gevolgen voor het hele vakgebied. Iedereen, overal doet dit soort werk, voor allerlei doeleinden. Straks moeten we allemaal geld gaan betalen aan die Canadezen.'

Patenthouder is het Canadese bedrijf BIO-ID in Newfoundland, dat identificaties uitvoert op contractbasis. De vermeende uitvinders, Sylvia Bartlett en William Davidson, zijn in dienst van BIO-ID. Hoe reageren zij op alle opschudding die ze veroorzaakt hebben? 'We hoorden het net vijftien minuten geleden', bekent Bartlett.

En Davidson: 'Toen wij drie jaar geleden onze FINS-procedure publiceerden in het tijdschrift Biotechniques, waren we daarmee de eersten. Dat is door het patentbureau goed uitgezocht. En inderdaad, misschien is het wel een voor de hand liggende techniek. Maar zo gaat het vaak met uitvindingen: naderhand zegt iedereen, 'waarom ben ik daar niet opgekomen?

'En wat de mensen in Aberdeen betreft', vervolgt Davidson, 'moet ik er op wijzen dat zij zojuist van de Europese Unie een beurs hebben gekregen voor wat ik zie als het heruitvinden van het wiel. Ze zijn gewoon bezig ons werk te herhalen en onder valse voorwendselen laten ze de EU daarvoor betalen. Nu Atlangene hun het leven zuur dreigt te maken, proberen ze met deze Internetactie hun beurs veilig te stellen.'

Susan Pryde wil niet ingaan op Davidsons uitlatingen. Na overleg met de persvoorlichter van haar instituut lijkt het haar beter zich niet verder te laten citeren. Onduidelijk blijft ook hoeveel hinder het Food Science Laboratory nu werkelijk van het patent zal ondervinden. Niet-commercieel onderzoek van overheidsinstituten vormt er namelijk geen inbreuk op, zo verzekert Davidson.

Voor Post is dat geen reden om niet verontrust te zijn. Hij vindt dat dit soort ontwikkelingen in de kiem gesmoord moet worden. 'Wetenschappers hebben jaren gewerkt om de methoden en technieken te ontwikkelen die de basis vormen voor die FINS-procedure. Als we toelaten dat anderen daarmee hun zakken gaan vullen, is het hek van de dam. Dan kun je alles wel gaan patenteren.'


 

 

   
Copyright©2004 Schilthuizen.org