© Copyright Menno Schilthuizen

Mini-slakjes lappen alle windingsregels aan hun laars

MENNO SCHILTHUIZEN

(Oorspronkelijk verschenen in Bionieuws, 14 januari 1995.)

Misbaksels lijken het, de meeste van de landslakjes van het genus Opisthostoma die Jaap Vermeulen beschrijft in het tijdschrift van de Nederlandse Malacologische Vereniging, Basteria (vol. 58, 30 nov. 1994, pp. 75-191). Vermeulen, botanicus bij het Rijksherbarium in Leiden, promoveerde anderhalf jaar geleden op de systematiek van een groep Orchideeën van Borneo. En passant verzamelde hij tijdens zijn veldwerk daar ook landslakken. De (vaak geïsoleerde) kalksteenheuvels van het eiland bleken een schat aan landslakjes te herbergen, zo'n 700 soorten in totaal. De meeste nieuw voor de wetenschap.

Het meest opvallend was het genus Opisthostoma, en dat lijkt merkwaardig wanneer men bedenkt dat deze slakjes vaak nog geen millimeter groot zijn. Maar wie het stuk van Vermeulen doorbladert, begrijpt waarom de NMV een complete aflevering van Basteria wijdt aan deze onooglijke diertjes. Het aantal verschillende soorten is ontstellend: alleen al op Borneo leven minstens 67 soorten, terwijl het totale aantal soorten in Zuidoost-Azië een veelvoud hiervan is.

Malacologische lachspiegel
Maar bovendien waant men zich, bij het bekijken van de prachtige afbeeldingen (van de auteur zelf), voor een soort malacologische lachspiegel. Niets is te gek voor deze beestjes; het lijkt of het hele genus de windingsregels voor slakkehuisjes collectief aan zijn laars lapt. Er zijn er waarbij de mondopening is verplaatst naar de top van het huisje; andere hebben daarnaast nog eens de oppervlakte van het huisje en de mondrand voorzien van brede lamellen en flenzen; weer andere, zoals de bizarre O. holzmarkii, zien er uit als een onontwarbare kluwen windingen.

Edi Gittenberger, hoogleraar Systematische Dierkunde in Leiden, is vooral gefascineerd door het feit dat bij alle Opisthostoma's de laatste omgang in een andere richting is gewonden dan de rest van het slakkehuisje. 'Meestal zijn slakken óf rechts- óf linksom gewonden, in het Engels heet dat dextral of sinistral. Maar deze slakjes vertonen elementen van beide windingsrichtingen: het huisje zelf is rechtsgewonden, terwijl de laatste winding linksom gaat!' In het laatste nummer van Nature geeft Gittenberger een commentaar op Vermeulen's werk, waarin hij voor deze nieuwe klasse de term sinistroïd lanceert.

Eén tekening per avond
Over de functie van al deze exotische vormen kunnen de malacologen alleen maar speculeren. De sinistroïde winding van Opisthostoma zou volgens Vermeulen iets te maken kunnen hebben met een soort camouflage. 'Bij gewone huisjesslakken zie je vaak dat de mondopening onder een hoek staat, zodat het dier zijn huisje vlak tegen de ondergrond kan aandrukken en daardoor niet zo opvalt. Het lijkt of die trend bij deze diertjes helemaal is doorgeschoten.'

Aan de andere kant lijken sommige soorten juist hun best te doen om zo veel mogelijk op te vallen. Zo heeft O. stellasubis een ring van stekels, die 's ochtends de dauw opvangen. 'Als je dat beestje voor het eerst ziet, in de ochtendzon, lijkt het precies een minuscuul aureooltje.'

Voorlopig is Vermeulen nog niet klaar met zijn revisie van de landslakken van Borneo. Hij heeft nog zo'n 500 soorten liggen, die allemaal nog beschreven en getekend moeten worden ('Ik doe ongeveer één tekening per avond'). Maar ze zijn het waard, vindt hij. Deze diertjes zijn zó fraai, en ook zó bedreigd, dat ze het verdienen dat er tenminste één persoon eens goed naar kijkt. 'Dat is voor mij ook het belangrijke: mensen deelgenoot maken van mijn verbazing.'

   
Copyright©2004 Schilthuizen.org