© Copyright Menno Schilthuizen

Niemand telt de tekenbeten

Het blijft oppassen met teken. Zo'n tien procent van deze bloedzuigertjes zijn besmet met de bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Maar of de ziekte van Lyme oprukt in Nederland, zoals sommigen suggereren, is niet duidelijk.

MENNO SCHILTHUIZEN

(Oorspronkelijk verschenen in Intermediair, 3 juli 1997.)

'Voorzichtig trekken met je vingers, dan gaat het het beste', adviseert de ene huisarts, 'maar vooral géén olie of alcohol gebruiken!'

'Ik doe het nooit met mijn vingers, maar altijd met een pincetje', roept een ander, 'en nooit trekken, maar altijd draaien: natuurlijk wel eerst even insmeren met alcohol.' Herman Kuiper, neuroloog in het Flevoziekenhuis in Almere, zucht eens diep bij het aanhoren van zoveel tegenstrijdigheid.'Tja, er blijft verschil van mening bestaan over de beste manier om een teek te verwijderen.'

Kuiper kan het weten. Al meer dan tien jaar houdt hij zich bezig met teken, tekenbeten en de gevolgen daarvan. Want teken zijn niet alleen hinderlijke bloedzuigers, ze kunnen ook de gevreesde ziekte van Lyme overbrengen. Een aandoening die, volgens een persbericht van de stichting SAAG (Samenwerkende Artsen- en Adviesorganisaties in de Gezondheidszorg), 'meer en meer om zich heen grijpt en slachtoffers eist'.

De ziekte is vernoemd naar het plaatsje Lyme (twaalfduizend zielen) in de Amerikaanse staat Connecticut, waar in 1975 plotseling een golf van reuma-gevallen optrad, zowel bij kinderen als volwassenen. Al snel werd duidelijk dat het een nieuwe, overdraagbare gewrichtsaandoening betrof. Epidemiologen ontdekten in 1977 dat teken de ziekte overdroegen, maar pas in 1981 werd de eigenlijke verwekker gevonden: een kurkentrekkervormige bacterie, Borrelia burgdorferi genaamd.

Hallucinaties
Gewrichtsontsteking is overigens slechts een van de vele symptomen. Het begint meestal met een rode vlek, die enkele dagen tot weken na de tekenbeet verschijnt en zich langzaam uitbreidt. Het midden ervan heldert op, zodat de vlek op een rode ring gaat lijken, met een diameter van uiteindelijk soms enkele tientallen centimeters. De ring bevat waarschijnlijk de voorhoede van de oprukkende bacteriën.

Het volgende stadium van de ziekte--soms verschillende maanden later--begint wanneer hersenvliezen, gewrichten of hart geïnfecteerd raken. De symptomen beslaan een halve medische encyclopedie: aangezichtsverlammingen, dubbelzien, pijn in armen en benen, hersenvliesontsteking, gezwollen en pijnlijke gewrichten, maar soms ook vermoeidheid, hoofdpijn, verwardheid, hallucinaties, incontinentie, trage of onregelmatige hartslag, flauwvallen en benauwdheid. Een dodelijke afloop is er gelukkig vrijwel nooit.

Door de lange tijd tussen beet en ziekte, de variatie aan symptomen en het feit dat de meeste symptomen ook door andere kwalen kunnen worden veroorzaakt, kan het lang duren voor de diagnose wordt gesteld. Huisarts Maarten Goedhart uit Beetsterzwaag (een van de bosrijke gebieden waar de ziekte veel voorkomt) had onlangs nog zo'n geval bij de hand: 'Een van mijn patiënten liep al tijden met een hernia, die hem vreselijke pijn in zijn been bezorgde. Fysiotherapie hielp niet en op een gegeven moment was het zelfs zo erg dat hij hoge doses morfine slikte. Uiteindelijk kwam hij zelf, ik geloof nadat hij iets op televisie had gezien, met de suggestie dat het wel eens de ziekte van Lyme kon zijn. Ik heb hem antibiotica gegeven en binnen een week was de pijn weg!'

De ziekte van Lyme is in ieder stadium goed te behandelen met antibiotica. Wel kan er soms blijvende schade optreden, zeker wanneer de bacterie zich lange tijd in de gewrichten heeft genesteld. Wie de ziekte eenmaal heeft gehad, is niet immuun: een tekenbeet blijft net zo gevaarlijk als voor iedereen. Maar hoe gevaarlijk is zo'n beet eigenlijk?

Walgelijk algemeen
Teken zijn spinachtige beestjes die bloed zuigen bij mens en dier. Ze houden zich meestal op in bos en struikgewas. In Nederland is de enige soort die Lyme kan overbrengen de schapenteek, Ixodes ricinus. Helaas is de schapenteek 'walgelijk algemeen', volgens tekenkenner Peter Koomen van het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden. 'Negenennegentig procent van de teken die je op mensen vindt, behoren tot deze soort.'

Behalve mensen en schapen valt de teek ook muizen, spitsmuizen, egels, merels, Vlaamse gaaien, reeën en Schotse hooglanders lastig. Het diertje maakt drie ontwikkelingsstadia door, legt arts-microbioloog Joop Schellekens van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in Bilthoven uit: larve, nimf en adult. 'In ieder stadium heeft het één bloedmaaltijd nodig. Meestal vind je de larven vooral op de kleinere gastheren, zoals muizen, terwijl de adulten vooral op ree en schaap te vinden zijn. Daar paren ze ook. We hebben wel eens een Schotse hooglander gevonden met meer dan duizend teken in zijn vacht.'

Mensen worden vooral gebeten door de nimfen. Onderzoek van Rob de Boer van de Universiteit van Amsterdam wees uit dat in Nederland zo'n tien procent van deze nimfen met de bacterie geïnfecteerd zijn.

Het lijkt een wonder dat niet half Nederland met de ziekte van Lyme rondloopt. Dat komt vooral doordat niet iedere beet door een besmette teek een infectie oplevert. De overdracht van de bacterie tijdens een tekenbeet vindt niet meteen plaats; hoe langer de teek zich vol kan zuigen, hoe meer kans op infectie. Een teek die op heterdaad betrapt en verwijderd wordt, ziet zelden kans de ziekte over te brengen. Dat wordt anders wanneer hij, zoals sommigen adviseren, wordt bestookt met olie, alcohol, nagellak of brandende sigaretten. Kuiper: 'De teek loost dan zijn darminhoud en speeksel in het bijtwondje, waardoor de kans op infectie sterk vergroot wordt.'

Maar ook een infectie betekent niet automatisch dat het slachtoffer ziek wordt. Een onderzoek uit 1991 onder meer dan duizend bloeddonoren toonde aan dat 9 procent ooit in contact was geweest met Borrelia. Bij mensen die regelmatig in het bos werken, zoals jagers en opzichters, liep dit op tot twintig procent. Bij de meesten van hen heeft het immuunsysteem de ziekteverwekker onder controle weten te houden. Het aantal werkelijke ziektegevallen is waarschijnlijk veel lager.

Maar neemt het aantal gevallen toe, zoals de stichting SAAG schrijft? Het probleem is dat niemand de cijfers bijhoudt. Het RIVM hield een paar jaar geleden een enquète onder huisartsen. De cijfers extrapolerend naar heel Nederland, concludeerde men dat er jaarlijks zo'n zesduizend gevallen zijn. Volgens neuroloog Kuiper is er geen enkele harde aanwijzing dat dat getal aan het stijgen is. Maar RIVM-onderzoeker Schellekens zegt. 'Ik heb de indruk dat de ziekte aan het toenemen is, doordat de reeënstand toeneemt, er steeds meer grote grazers in natuurgebieden leven en bovendien doordat mensen steeds vaker de natuur ingaan.'

Tips tegen teken
o Draag, als u door hoog gras of struiken loopt, goed sluitende kleding (lange mouwen, broek met lange pijpen die in de sokken worden gestopt).
o Doe regelmatig een tekencheck. Teken zoeken vooral knieholten en liezen op.
o Verwijder teken meteen. Met duim en wijsvinger stevig beetpakken en voorzichtig recht eruit trekken. Teek niet bewerken met olie, alcohol, nagellak of brandende sigaretten.
o Noteer de datum en houd de plaats van de beet in de gaten: als er binnen enkele weken een grote (groter dan een kwartje), rode ringvormige vlek omheen ontstaat, direct naar de huisarts.
o Bij de apotheek is een 'tekenset' verkrijgbaar, bestaande uit een brochure, pincet en desinfectiemiddel.

 

   
Copyright©2004 Schilthuizen.org