|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Genetisch
wrakhout drijft in de menselijke stamboom
Van tijd
tot tijd springt DNA over van de mitochondriën naar de chromosomen.
Sommige onderzoekers vinden zulke pseudo-genen alleen maar lastig.
Maar anderen denken dat ze kunnen helpen bij het achterhalen van
de menselijke ontstaansgeschiedenis.
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in De Volkskrant, 6 januari 1996.)
Eigenlijk
waren Randall Collura en Caro-Beth Stewart van de Universiteit
van New York op zoek naar de verwantschap tussen een aantal soorten
apen. Ze bekeken het 'cytochroom-b'-gen en gebruikten dat om een
stamboom te maken van de onderfamilie waartoe de franjeapen, de
langoeren en de neusapen behoren.
Behalve hun
eigenlijke studieobjecten onderzochten Collura en Stewart een
paar mensen en mensapen. En toen vonden ze iets onverwachts. Want
in het DNA van Ini, een Sumatraanse orang-oetan uit het Yerkes
Regional Primate Center, zaten niet één, maar drie
exemplaren van cytochroom-b. Twee hiervan bleken gemuteerd: de
genetische code was zodanig door elkaar gehusseld, dat het om
dode, niet meer werkzame genen moest gaan.
Behalve bij
de orang-oetan vonden de onderzoekers hetzelfde 'pseudo-gen' ook
bij andere mensapen en bij de mens. Nu is cytochroom-b een nogal
bijzonder gen. In tegenstelling tot de meeste genen ligt het namelijk
niet op de chromosomen, maar op een klein, cirkelvormig stukje
DNA, dat mitochondriaal DNA (mtDNA) heet. Dit mtDNA is te vinden
in de mitochondriën, de energiefabriekjes van de cel.
In Nature
van 30 november vertellen de onderzoekers wat hun vondsten volgens
hen te betekenen hebben. Omdat zeker is dat in het mtDNA van mensapen
maar één cytochroom-b-gen zit, moeten die andere
twee wel ergens anders in de cel te vinden zijn. Collura en Stewart
denken nu dat zo'n dertig miljoen jaar geleden een kapot exemplaar
van cytochroom-b vanuit de mitochondriën naar de chromosomen
is overgesprongen, waar het vervolgens nog eens is verdubbeld
en verder gemuteerd.
Op zichzelf
is dat niet zo heel bijzonder. Het is al meer dan tien jaar bekend
dat stukjes mtDNA regelmatig de oversteek wagen. Volgens een artikel
in het laatste nummer van het tijdschrift Current Genetics zitten
onze chromosomen zelfs vol met zulk genetisch drijfhout.
Bij Collura
en Stewart wringt de schoen dan ook ergens anders. Omdat pseudo-genen
hun functie hebben verloren en dus ongestraft kunnen muteren,
zo zeggen ze in hun Nature-artikel, lijken ze bedrieglijk veel
op oud en beschadigd DNA. Precies liet soort DNA dat de laatste
jaren wordt gevonden in miljoenen jaren oude botten en barnsteen.
Om hun waarschuwing
kracht bij te zetten voelen de twee Amerikanen de 'dino-DNA claim'
nog eens aan de tand. Eind 1994 beweerden namelijk paleontologen
van de Brigham Young Universiteit in Utah, dat ze DNA hadden geïsoleerd
uit dinosauriërbotten. Ook hier ging het om het cytochroom-b-gen.
De vondst werd met de nodige scepsis begroet en in de loop van
het afgelopen jaar is dan ook vast komen te staan dat het zogenaamde
dino-DNA eigenlijk van een mens afkomstig was, vermoedelijk van
een van de paleontologen zelf.
Maar wat
de sceptici nooit helemaal konden verklaren was waarom het dinoDNA
er zo authentiek oud uitzag. Het zat namelijk vol met allerlei
kleine foutjes, die maakten dat het eigenlijk niet van een werkend,
menselijk cytochroom-gen afkomstig kon zijn.
Deze laatste
strohalm van de Utah-paleontologcn is nu door Collura en Stewart
weggesneden. Ze vergeleken de structuur van het dino-DNA met hun
eigen gegevens over (mens)ape-cytochroom-b. Het resultaat: het
dino-DNA blijkt inderdaad een stukje van het door hen ontdekte
pseudo-gen te zijn. Dus vandaar al die gekke mutaties.
Een tweede
waarschuwing van Collura en Stewart is gericht aan onderzoekers
die, net als zijzelf, mtDNA gebruiken voor het maken van evolutiestambomen.
Bijvoorbeeld de onderzoekers die zich bezighouden met de Zwarte
Eva-hypothese, de theorie die zegt dat de moderne mens tweehonderdduizend
jaar geleden uit een kleine groep Afrikaanse voorouders is ontstaan.
Want als je niet zeker weet of je kijkt naar het echte (mitochondriale)
gen of naar een gemuteerd pseudo-gen, zo vragen Collura en Stewart
zich af, hoe betrouwbaar is zo'n stamboom dan nog?
Een paar
bladzijden verderop in hetzelfde Nature-nummer kaatst een viertal
Zwarte Eva-onderzoekers de bal terug. Hans Zischler en zijn collega's
van de Universiteit van München hebben juist een handige
toepassing voor een pseudogen gevonden.
Het grote
probleem bij het maken van DNA-stambomen was namelijk altijd het
ontbreken van 'fossielen': wetenschappers kunnen wel zien hoe
genen er vandaag de dag uitzien, maar naar hun structuur van een
half miljoen jaar geleden kunnen ze alleen maar raden. En het
zou juist zo prettig zijn om die structuur te kennen, omdat dan
valt af te leiden van welke groepen mensen het DNA nog het meest
lijkt op de oorspronkelijke situatie. Die groepen moeten dus het
eerst zijn ontstaan.
Het beste
dat de Zwarte Eva-onderzoekers tot nu toe konden doen, was menselijk
mtDNA vergelijken met dat van ons evolutionaire zusje, de chimpansee.
Maar daar is niet iedereen even gelukkig mee, omdat mtDNA van
chimpansees wel erg verschillend is van dat van ons. liet was
dan ook nauwelijks nog te zeggen welk menselijk mtDNA meer of
minder op dat van de chimpansee leek.
Het viertal
Duitse onderzoekers heeft daar een slimme oplossing op gevonden.
Het ontdekte een pseudo-gen in het menselijk DNA dat ontbreekt
in chimpansee- en gorilla-DNA. Dit gen moet dus van de mitochondriën
naar de chromosomen zijn gesprongen. nadat mens en mensaap van
elkaar zijn afgetakt, zes miljoen jaar geleden.
Omdat mutaties
in de chromosomen veel langzamer ontstaan dan in het mtDNA, ziet
dit pseudo-gen er nog bijna net zo uit als toen het oversprong.
Het is dus precies het soort vergelijkingsmateriaal dat tot nu
toe altijd ontbrak. 'Een moleculair fossiel', noemen de vier hun
vondst dan ook liefkozend.
Voor de aardigheid
hebben de Duitsers de menselijke stamboom ook nog eens opnieuw
opgesteld in het licht van hun fossiele pseudo-gen. Maar dat verandert
weinig aan de Zwarte Eva-hypothese. Ook met deze nieuwste gegevens
blijft onze wieg in Afrika staan.
|