| |
© Copyright
Menno Schilthuizen
Knielen
voor de baas
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Bionieuws, 11 april 2003.)
De foto hiernaast
is gemaakt tijdens veldwerk op de Kinabalu-berg. Ik houd een bekerplant
in mijn hand en doe net of ik er een slakje afpeuter. "Kijk
erbij alsof je het leuk vindt wat je aan het doen bent,"
werd me toegeroepen door Peter Koomen, die de foto maakte. Nou,
dat was niet moeilijk, want het spannende veldwerk was en is dé
attractie van Borneo.
Maar er moet
een prijs voor worden betaald. Werken op een universiteit in Maleisië
valt niet altijd mee. "Ja," zeggen mijn kennissen in
Nederland wel eens meewarig, "je zit natuurlijk in zo'n houten
gebouwtje vol kakkerlakken waar je met zijn twintigen één
microscoop en een computer uit pre-pentiumtijd moet delen?"
Maar dat is het probleem niet. Het Instituut voor Tropische Biologie
is gehuisvest in een fraai modern gebouw en beschikt over enkele
tientallen computers en microscopen, een 16-capillairs DNA sequencer,
vier PCR-apparaten, drie terreinwagens en één boot,
een scanning-elektronenmicroscoop, complete uitrusting voor GIS,
een NMR, een HPLC, een GC/MS en nog wat apparaten waarvan ik niet
eens weet wat de afkortingen betekenen.
Wat ontbreekt
is de academische onafhankelijkheid die we in Nederland vanzelfsprekend
vinden. Posters beelden uit hoe staf en studenten gekleed horen
te gaan: jongenshaar mag niet verder reiken dan het kraagje; rokken
moeten de knieën bedekt laten. Géén T-shirts,
géén spijkerbroeken. Dit alles op bevel van de Rector
Magnificus, die alle macht in zich geconcentreerd weet en dan
ook behandeld wordt als een vorst. Vrouwelijke ondergeschikten
benaderen hem knielend, en zijn woord is wet. Als hij tegen mijn
directrice zegt dat er een tentoonstelling moet komen over biodiversiteit,
dan sommeert zij (die op haar beurt ook weer geen tegenspraak
duldt) de afgelasting van alle afspraken, colleges en onderzoeksplannen
en haar voltallige staf gaat koortsachtig aan het werk met lijm,
piepschuim en vingerverf.
Maar onze
Rector Magnificus is nog niet tevreden. Hij heeft onderzoekers,
hij heeft apparatuur en de mooiste campus ten oosten van de Himalaya,
maar nóg produceert zijn universiteit vrijwel geen noemenswaardige
publicaties. Dus vaardigde hij onlangs zijn nieuwste decreet uit:
van nu af aan moet er een onderzoekscultuur gaan heersen. En hij
komt persoonlijk controleren in de werkkamers van de wetenschappers
om te zien of ze wel voldoende boeken in de kast hebben en bezig
zijn met het doen van ontdekkingen.
Het zal uiteindelijk
wel wat worden met de wetenschap in Maleisië. Het land is
rijk en met welvaart komt het individualisme waar wetenschap goed
op teert. Maar dat financiële armslag geen sine-qua-non is,
bewijzen Maleisië's armere buurlanden. Thailand en de Filippijnen,
bijvoorbeeld, hebben een creatievere en onafhankelijkere academische
cultuur, en een overeenkomstig hogere wetenschappelijke productie.
En misschien is dat wel weer de les die we in Nederland aan het
vergeten zijn: goede wetenschap is een cultuurgoed en kan nooit
onder dwang ontstaan. Want geld voor onderzoek levert wetenschap,
maar onderzoek voor geld levert middenstand.
|