|
© Copyright
Menno Schilthuizen
Jatten
bij de buren
MENNO SCHILTHUIZEN
(Oorspronkelijk
verschenen in Bionieuws, 26 maart 2004.)
Wat de boekwinkel
Shakespeare & Co. was voor Engelstalige avant-garde schrijvers
in het vooroorlogse Parijs, is Borneo Books voor het kliekje geëxpatrieerde
biologen en natuurbeschermers dat zich in Noord-Borneo ophoudt.
Het piepkleine natuurhistorische boekwinkeltje is goed weggestopt
in een gangetje in een winkelcentrum van Kota Kinabalu, maar toch
is het daar waar je het laatste nieuws hoort over onderzoek, ontdekkingen
en vooral: de teloorgang van het onvoorstelbaar rijke laaglandbos
op dit door Maleisië, Indonesië en Brunei gedeelde eiland.
Borneo exporteert
al twintig jaar meer hout dan Zuid-Amerika en Afrika bij elkaar,
dus het is geen wonder dat het allang niet meer voldoet aan het
beeld van onafzienbare rimboe dat velen er nog steeds van hebben.
En in een land waar de media alleen maar goed nieuws melden ben
je aangewezen op de verhalen die je hoort aan de schappen van
Borneo Books, of voortgezet in de ernaast gelegen koffiebar.
Die verhalen
gaan bij voorbeeld over de honderden vrachtwagens vol stammen
die iedere nacht stiekem de grens tussen Indonesië en Maleisië
passeren; over dronken Maleisische zakenlieden die in een bar
in Balikpapan pochen over via steekpenningen verkregen douaneklaringen;
over de wegen voor houtvervoer die je vanuit het vliegtuig de
grens met Brunei en Indonesië ziet oversteken; en over de
nationale parken van Indonesië waar meer gekapt wordt dan
erbuiten.
Nu heb ik
inmiddels begrepen dat een columnist zich met roddels opgetekend
in een bar op glad ijs begeeft. Maar gelukkig is er het alziend
oog van de Geographic Information System satelliet. En daarmee,
zo viel afgelopen maand in Science te lezen, is in hartverscheurend
detail te zien hoe Borneo wordt leeggehaald. De beschermde gebieden
in Indonesisch Borneo bestaan alleen op papier, zo blijkt. De
bufferzones eromheen zijn al grotendeels verdwenen en grote parken
zoals Gunung Palung worden uitgehold met tien procent per jaar,
schrijven Yale-biologe Lisa Curran en haar collega's.
Het schrijnende
is dat de houtroof in stand wordt gehouden door een soort zuid-zuid
kolonialisme. In Maleisië is het meeste bos al uitgeput of
weggestopt in relatief goed beschermde reservaten, en de enorme
houtzagerijen daar zouden eigenlijk stil moeten liggen. Toch produceert
de Maleisische staat Sabah alleen nog altijd vijftien miljoen
kubieke meter hout per jaar. Waar dat allemaal vandaan komt? Van
de Indonesische kant van het eiland. Zakenlieden en hun politieke
vrienden in het relatief rijke Maleisië maken misbruik van
de administratieve chaos in het arme buurland en slepen complete
wagenparken over de grens om daar te doen wat in hun eigen land
niet meer kan.
De klanten
van Borneo Books hangen dan ook vaak wat mismoedig rond. De schepen
vol hout die dagelijks de kust van Borneo verlaten zijn als een
onstelpbare slagaderlijke bloeding. En de kleine diplomatieke
en wetenschappelijke stapjes om te komen tot verantwoord bosgebruik
lijken lachwekkend ten overstaan van de grijnzende houtbaas met
zijn draglines en zijn dollars.
|